Hooguit hopen dat je ‘onderweg’ meer goed dan fout deed


Er zijn van die momenten waarop je beseft dat de belangrijkste prestaties van je leven niet op een cv staan en niet in een prijzenkast liggen. Morgen is het Vaderdag.
Ik hoef geen presentjes;  geen sokken, geen geurtjes, geen boeken… nou ja, een ouwe LP wellicht, want ik zit tegenwoordig weer helemaal in de vinyl. Maar los daarvan: het mooiste heb ik allang gekregen: twee, inmiddels volwassen kinderen die me nog altijd graag zien. Dat is een cadeau dat je niet kunt inpakken, alleen koesteren.
Mijn dochter en zoon wonen inmiddels niet meer onder mijn dak, maar gelukkig nog wel in Dordrecht. Dat voelt als een zegen, simpelweg omdat ik ze nog vaak zie; soms onverwacht, soms gepland, soms alleen maar even. En elke keer denk ik: kijk nou, daar lopen ze, de twee beste hoofdstukken uit mijn levensboek.
En dan is er mijn eigen vader. Al 25 jaar dood, maar toch nog elke dag aanwezig. Niet als stem uit de hemel, maar als een soort innerlijke raadgever die zich ermee bemoeit wanneer ik weer eens te snel oordeel, te veel klaag of te weinig luister. Soms hoor ik hem zelfs hardop zuchten en dat is dan meestal terecht.
Vaderdag is voor mij geen dag van cadeaus, maar van lijnen. De lijn van hem naar mij. De lijn van mij naar mijn kinderen. En ergens daartussen het besef dat vaderschap geen bezit is, maar een beweging: je geeft iets door, je laat iets los, en je hoopt dat je onderweg meer goed dan fout hebt gedaan.
Dus nee, ik hoef niets. Geen ontbijt op bed, geen after shave, geen Ierse whiskey. Het enige wat ik wil heb ik al: twee nazaten die hun eigen leven leiden en af en toe nog even, zonder tegenzin, bij ‘die ouwe’ aanwaaien. En dat ik – als ik naar ze kijk – wijlen mijn vader en schoonvader een beetje terugzie.
Da’s genoeg. Meer dan genoeg.

Plaats een reactie