
Sommige standbeelden hebben een natuurlijke autoriteit. Je ziet ze staan en denkt: die gozer heeft veldslagen gewonnen of op zijn minst een staatsgreep overleefd.
En dan heb je Dirk IV.
Als ik langs zijn standbeeld loop, heb ik nooit de indruk dat ik oog in oog sta met iemand van belang. Eerder met een chagrijnige dwerg uit Lord of the Rings die onderweg naar Mordor een afslag genist heeft en nu op vervangend vervoer wacht.
Toch gun ik Grote Smurf (zo wordt hij in de volksmond genoemd) een toekomst. Niet omdat dagelijks busladingen toeristen naar Dordrecht komen om hem te bewonderen. Sterker nog: ik vermoed dat de gemiddelde toerist, alsmede de gemiddelde Dordtenaar geen flauw benul heeft van de historische betekenis van Dirk IV.
Da’s onterecht, want hoewel veel van de verhalen rond Dirks dood inmiddels ergens zweven tussen geschiedenis en stadsfolklore, staat wel degelijk vast dat de man een belangrijke rol speelde in de vroege ontwikkeling van het graafschap Holland. Hij leefde in een tijd waarin Holland nog nauwelijks bestond en Dordrecht niet veel meer was dan een strategische plek aan de Thuredrecht. Of hij daadwerkelijk door een giftige pijl werd geveld, weten we ook niet. Dat hij deel uitmaakt van het oudste hoofdstuk van ons stadsverhaal staat minder ter discussie.
Juist daarom verdient hij een betere plek. Dit simpelweg omdat je een historische figuur (van welke betekenis dan ook) niet zomaar op een parkeerplaats wegmoffelt.
Nu we het trouwens toch over parkeerplaatsen hebben: de Grote Markt verdient, net als Dirk, sowieso een betere toekomst. Want laten we eerlijk zijn (ik schreef het al vaker): een plein dat vooral bestaat uit blik op wielen is geen plein maar een aanfluiting.
Ik zeg: maak dit plein groen, levendig en uitnodigend richting de historische havens; auto’s uit het zicht, desnoods onder de grond.
En zet die kleine Dirk vervolgens op een hoge sokkel. Dan lijkt het nog wat.