
Soms is een idee een wereldidee… jammer alleen dat een idee en de wereld niet altijd helemaal synchroon lopen. Gevalletje tijdgeest, zeg maar.
In 1992 lag er hier een plan op tafel dat vandaag zonder moeite als innovatieve oplossing voor de wooncrisis kan worden gepresenteerd. City Fruitful heette het; een opmerkelijke combinatie van woningbouw en glastuinbouw ín de polder, bedacht door architecten Kas Oosterhuis en Ashok Bhalotra. Hun uitgangspunt was even eenvoudig als revolutionair: waarom zouden wonen en voedselproductie elkaar uitsluiten als ze elkaar juist kunnen versterken?
Het idee was zijn tijd vér vooruit en om die reden – vermoed ik – werd het plan niet met applaus, maar met opgetrokken wenkbrauwen ontvangen.
Begin jaren negentig was woningnood geen dagelijks gespreksonderwerp en duurzaamheid nog geen bestuurlijke stoplap. Stadslandbouw klonk destijds sowieso als iets voor wereldverbeteraars in sandalen. Kortom, City Fruitful arriveerde te vroeg op een feestje dat nog niet op gang was gekomen.
Dat zegt veel over Oosterhuis en Bhalotra. Zij behoren tot het zeldzame type architect dat niet ontwerpt voor vandaag, maar voor morgen. Zulke mensen hebben een ingewikkelde relatie met het heden. Tegen de tijd dat iedereen begrijpt wat ze bedoelden, zijn ze zelf alweer tien ideeën verder.
Nu, ruim dertig jaar later, klinkt het plan ineens verrassend logisch. We zoeken ruimte voor woningen, willen zorgvuldig omgaan met ons landschap en ontdekken dat slim combineren vaak beter werkt dan streng scheiden.
Dat we daar opnieuw over praten, is mede te danken aan Stichting De Stad. Die haalde het plan uit de mottenballen en zette het opnieuw op de agenda.
Daarmee stelde de stichting ongemerkt een pijnlijke vraag: hoeveel goede ideeën hebben we in de loop der jaren op dit eiland eigenlijk afgeschreven, simpelweg omdat ze te vroeg kwamen?
Het antwoord op die vraag doet er eigenlijk niet toe, zo lang we er voor zorgen dat dit plan nu wél de ontvangst krijgt die het in 1992 al verdiende.