Kunstgras


 

Ik wil graag iets opbiechten. Het gaat om een jeugdliefde. Ik zit er eerlijk gezegd nog steeds mee, want ze zit dieper dan ik dacht. Ook in mijn dromen speelt ze, vaker dan mij lief is, een glorieuze hoofdrol. Vooral op zaterdagen, de dag dat wij elkaar meestal zagen, staar ik met een dromerige blik naar buiten en ik fantaseer over hoe het geweest had kunnen zijn.

Wieldrecht

Mijn jeugdliefde heet Wieldrecht… de voetbalclub op vijf minuten fietsen van mijn ouderlijk huis. Wieldrecht was voor mij méér dan een zaterdagmiddagvereniging waar je tegen een bal kon trappen. Het was een instituut, een bedevaartsoord, een plek van victorie, een ontdekkingsreis, een manier van leven, een allesomvattend begrip. Ik heb er lange zaterdagen doorgebracht, vriendschappen voor het leven gesloten, bier leren drinken, meisjes gezoend (achter de kleedkamers), karakter gekregen (,,Kom op joh, nog één rondje volle sprint…. Je kunt het!”), veel gelachen en ook wel eens gehuild (de frustraties van een 12-1 verlies bij Merweboys zijn eerlijk gezegd nooit helemaal verdwenen).

Bij thuiswedstrijden was er toch altijd gegarandeerd twaalf man publiek en als je dan je eigen familieleden, je kersverse kleumende vriendinnetje van die zaterdag en de altijd aanwezige en fanatiek aanmoedigende vader van je beste vriendje niet meetelde, waren die overgebleven vier toch zeker wel scouts van Feyenoord, Sparta, Excelsior en FC Dordrecht, die dan wel niet speciaal voor jou kwamen, maar bij de aanblik van jouw flitsende passeerbewegingen en op maat aangesneden, maar meestal onbegrepen voorzetten, het licht nu wel hadden gezien. ,,Hoe heet die kwikzilverige jongen daar op links eigenlijk?”

Vandaag Wieldrecht… morgen een volle Kuip.

Ooit, zo besloot ik toen mijn zoontje geboren werd, zal hij zijn eerste stapjes met noppen op een Wieldrechtveld zetten. Daar kan hij, in de beschermde luwte van het zaterdagmiddagvoetbal, gestaag warmdraaien voor het grote werk dat later in Milaan of Barcelona zal plaatsvinden. Gratis kaartjes, inclusief een door de club betaalde wekelijkse vlucht, voor de vader van de ster. Ik zie me al staan in dat overvolle stadion… ,,Da’s nou mijn zoon, tja, wat wil je met zulke genen. Het zat er altijd al in, het was gewoon een kwestie van tijd. Het is dat ik van die lastige knieën heb, anders had ik zelf ook nog wel mee kunnen doen.”).

 

Kunstgras

Maar wat lees ik nu in de krant? Wieldrecht krijgt drie kunstgrasvelden. Het leven wordt nooit meer hetzelfde. Nou wil ik niet al te conservatief doen hoor. Ik heb begrepen dat die nieuwe generatie kunstgras niet meer te vergelijken is met die hockeyvelden waarop we in de winter nog wel eens een potje vriendschappelijk voetbalden. Dankzij een iets te enthousiast ingezette sliding liep ik er een brandwond op van knie tot romp waarmee ze zelfs in Beverwijk geen raad wisten. Die tijden zijn veranderd: kunstgras anno 2002 is niet brandbaar, voelt geloofwaardig aan en is zowel in de winter als in de zomer goed bespeelbaar. En da’s nou precies wat Wieldrecht nodig heeft… drie velden die intensief benut kunnen worden, want uitbreiden zit er voor de uit haar jasje gegroeide club niet in en verhuizen biedt meer nadelen dan voordelen. Met drie altijd beschikbare velden kunnen alle elftallen hun zaterdagse programma’s afwerken en is er ook nog eens permanente ruimte om te trainen. Ik kan me de beslissing van het Wieldrechtbestuur dus best voorstellen en ik zal de laatste zijn die er afwijzend tegenover staat.

Alleen gevoelsmatig heb ik er wat moeite mee. De charme van een stormachtige, drijfnatte zaterdagochtend, je witte shirt met opgestroopte mouwen, onherkenbaar bruin van de modder, een vette sliding, schaafplekken op je voorhoofd omdat je, tegen beter weten in, een loeizware drekbal toch had ingekopt. Apetrots liep je langs de kantine richting kleedkamer met zo’n blik van: ,,Kijk ons nou eens… weer of geen weer, maar wij gingen er weer voor. Een beetje stortbui houdt ons Wieldrechtenaren (we werden ook wel boeren genoemd) heus niet tegen.

En wat te denken van de geur van vers gemaaid gras op een mooie lenteochtend. Een zalig aroma dat je gretig opsnoof en dat je de mouwen nog eens deed opstropen. Je had er zin in. En niet alleen in voetballen.

Straks ligt er dus kunstgras en mijn zoon gaat dat de normaalste zaak van de wereld vinden. Zijn shirtje zal hooguit bezweet zijn en nooit zal hij de spanning beleven van dat belangrijke telefoontje op zaterdagochtend. ,,Gaat het door vandaag of is het weer afgekeurd?”

Mijn zoon gaat leren voetballen op kunstgras.

Nou ja, wat zeur ik eigenlijk. Hij is pas twee. Misschien wil ie wel op ballet. Laat ik het niet merken. Ik laat hem gras vreten.

Kees Thies

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s