Ik denk nog vaak aan het droevige einde van Jan Comijs


jan-comijsLangs het fietspad richting Den Engel, vlakbij de Viersprong, staan twee verwaarloosde, half afgebladderde houten bankjes met een tafel in het midden. De tekst op de rugleuning is nog goed te lezen: ‘Fietspad 56, opengesteld op 26 september 1990 door gedeputeerde Jansen (voorletters onleesbaar) en weth. J. Comijs.’ Die laatste naam brengt, nu bijna een kwart eeuw later nog pijnlijke herinneringen naar boven. Mijn oud-collega Hans Berrevoets hield onlangs, via de website Dordrecht.net, een pleidooi voor een opknapbeurt van wat hij ‘Het Jan Comijs-bankje’ noemt en ik vraag me af of er, naast mijn collega’s uit die jaren, nog veel Dordtenaren zijn die dit bankje als zodanig betitelen. Of simpeler gezegd, wie denkt er nog wel eens aan voormalig wethouder Jan Comijs, die negentien jaar geleden een einde aan zijn leven maakte?
Ik wél, want de zelfgekozen dood van deze zachtmoedige, talentvolle en hard werkende politicus maakte op mij, destijds als beginnend verslaggever, véél indruk en over de manier waarop hij dat deed heb ik bijna twee decennia lang nooit, ook maar één letter geschreven. Waarom ik dat nú wel doe? Dat weet ik niet precies. Misschien wel omdat ik onlangs de film The Cliënt (naar het boek van John Grisham) weer eens terugzag. In de beginscène zien we hoe een wanhopig man zichzelf in zijn eigen auto van het leven berooft door een tuinslang op zijn uitlaat aan te sluiten en, zittend achter het stuur, de uitlaatgassen hun dodelijke werk laat doen. Die film is van 1994 en ik vraag me nog altijd af of Jan Comijs hem destijds gezien had. Twee jaar voor zijn zelfgekozen dood moest deze veelbelovende Dordtse PvdA’er zijn functie als wethouder Milieu en Bedrijven neerleggen omdat hij, als voorzitter van het bestuur van vuilverbrander Gevudo de gemeenteraad onvoldoende had ingelicht over het feit dat er zonder vergunning vliegas werd gestort op het terrein van dit bedrijf. Na dat gedwongen ontslag ging het bij Comijs ook privé bergafwaarts en zo kwam hij uiteindelijk tot zijn fatale daad, nota bene op een terrein voor de deur van de Gevudo. Triest en wrang.
Dat houten bankje langs dat fietspad mag nooit vergaan.

Advertenties