Broodmagere Hein heeft ze allemaal overleefd


hippieHard en vals zingend komt Hein de supermarkt binnen waar ik zojuist sta af te rekenen. Met slecht gespeelde boosheid kijkt hij me aan als hij ziet dat ik in de lach schiet, maar al snel ziet hij in dat teruglachen een betere strategie is voor een junk op sponsorjacht. ,,Zeg brillemans, je hebt je portemonnee nou tóch al in je hand, dus geef dat wisselgeld maar aan mij.’’ Ik geef hem die euro en 20 cent die de caissière mij zojuist teruggaf en schiet nogmaals in de lach als hij, wederom luid zingend en nu ook dansend, op weg gaat naar de bierkast. Hein moet op de monumentenlijst, vind ik, want volgens mij is hij de laatst overgebleven ‘old school junkie’ in Dordt. Hij moet nu een jaar of zestig zijn en veel van zijn generatiegenoten (de ouderwetse heroïnespuiters van het eerste uur) legden beginjaren negentig snel achter elkaar het loodje. Uit mijn hoofd herinner ik me al vier van zijn ouwe maatjes, die stuk voor stuk ‘gevonden’ werden op het station, waar zich destijds nog een ranzig openbaar toiletje bevond. Hoe het kan dat de broodmagere Hein (What’s in a name?) ze allemaal heeft overleefd is een van de vele raadselen van het leven. Met een door wonden gehavend gezicht, wild witgrijs haar, vaalgele broek, lange leren jas en een gebit als een verroest fietsenrek, straalt hij voor honderd procent uit wat hij in al zijn vezels is, namelijk een junk met vlieguren… een pestkop, een lastpost, een schreeuwlelijk, maar wél eentje met pretoogjes en lol in het leven. Misschien is dat wel de reden dat hij er nog altijd is en het is zeker de reden dat ik maar geen hekel aan hem kan krijgen.
Buiten komt Hein, inmiddels ‘gewapend’ met twee halve liters bier, naast me staan. ,,Fiets kopen?’’ zegt hij, wijzend naar een groene crossfiets in het rek voor de supermarkt. ,,Dat IS mijn fiets eikel,’’ zeg ik, en hang mijn boodschappen aan het stuur. Als ik me omdraai voor een quasi boze blik is Hein al weg. In de verte hoor ik hem zingen… ‘Lust for life!’

Advertenties