Bommetje


annemieke stuy

Een schooljaar lang kwam ik er wekelijks, in dat vreselijke Sportfondsenbad aan de Brandts Buijsstraat. Toch heb ik er nooit leren zwemmen. Aan wie dat lag? Een beetje aan mezelf denk ik (ik was gewoon een bange poeperd) maar toch vooral aan die wat al te lompe en routineuze zwemleraren aldaar, die nou niet bepaald jouw tere zieltje aan hun stoere borst te luisteren legden. ,,Wat sta jij daar nou stom te trillen joh… hopsakee, dat water in en rap een beetje.’’ Ik voel nóg die haak in mijn nek. Het zwembad brandde in 1980 af en daar heb ik eerlijk gezegd geen traan om gelaten.
Al lang voor die tijd waren we met de hele school naar het Combibad ‘verkast’, alwaar het iets beter ging, al leerde ik pas écht zwemmen op mijn twaalfde, dankzij mijn ome Joop, die me tijdens een vakantie in Helden Panningen het zelfvertrouwen gaf dat ik in het water zo node miste. Op het droge had ik aan branie overigens geen gebrek.
Deze wel héél persoonlijke ‘sentimental journey’ is wellicht een wat lange omhaal van woorden om te komen tot het punt dat ik wil maken: hooguit een paar dagen per jaar is het écht warm in dit kikkerlandje aan zee en dan zoekt de Dordtse jeugd, al zo lang ik me kan herinneren, haar vertier in haven of rivier. Ja, ik weet het, dat rijmt en dat kán gewoon geen toeval zijn, want zwemmende jongeren in het open water… ach, dat hóórt gewoon bij waterstad Dordrecht. Daar moet je, als waterpolitie, dan ook niet zo’n ‘big deal’ van maken. Oké, van dat antieke Dok van Straatman, waar je zo lekker vanaf kunt springen, moeten ze afblijven (dat ding is vorig jaar wel degelijk aan de bovenzijde beschadigd geraakt) maar van die paar zwemmende jongens en meiden in het historische havengebied heeft verder niemand last. Nee, óók de Dordtevaar niet, al zal het vast wel eens gebeurd zijn dat er nou nét even iemand een sappig bommetje maakte toen die fluisterboot voorbij voer. Nat pak… rotstreek. Heerlijk toch? Welkom in Dordt.

FOTO: Annemieke Stuy 

Advertenties