Slalommen


straatverkoopEr was een tijd dat een wandelingetje richting supermarkt in hartje stad nog geen helse expeditie was. Ik word namelijk stapelgek van dat arsenaal aan straatcolporteurs dat zich hier vandaag de dag aan me opdringt en heb bijna heimwee naar de jaren dat mijn dagelijkse tripje naar Appie  nog louter onderbroken werd door jammerende junken, drammerige drinkebroers en talentloze accordeonspeelstertjes uit voormalige Oostbloklanden. ,,Nee-hee, ik heb geen eurootje voor de trein naar je zieke ouwe moeder die in kritische toestand op de intensive care van het Onze Lieve Vrouwengasthuis in Zaanstad-zuid ligt. Laat me met rust… ga van m’n planeet!”
Een tijdje was het wat rustiger in de binnenstad, maar de laatste maanden is dat wandelingetje over de Sarisgang weer een behoorlijk vermoeiende slalom geworden. De straathindernis van vandaag heet colporteur en is meestal een wat opdringerige student die wat bij wil verdienen… of beter gezegd, móet verdienen omdat het gros tegenwoordig geen beurs meer ontvangt, maar van een lening moet leven. Om die reden heb ik dan ook wel een zwak voor bijbeunende studenten, althans als ze in een kroeg of in een winkel werken of voor mijn part de post rondbrengen. Maar val mij niet zeven keer per dag op straat lastig met impertinente vragen over mijn hypotheek, mijn eetgedrag of mijn oudedagsvoorziening, want dát soort zaken ga ik toch écht niet op straat bespreken met een vlassig besnorde knotjeshipster die ’s nachts nog onder een Batman-dekbed slaapt. Toen ik me eerder deze week, moe van het zig-zaggen tóch weer een keer liet verleiden om wat vragen te beantwoorden, vertelde zo’n wijsneusje me dat ik het qua mobiele telefoonkosten al jaren écht hélemaal verkeerd doe. ,,U bent een dief van uw eigen portemonnee”, zei hij met opgeheven wijsvinger en hij bekeek me alsof ik een uilskuiken met vogelgriep was. Vervolgens verzekerde hij me dat al mijn problemen met één handtekening de wereld uit zouden zijn. ,,Als u nu even dit formuliertje ondertekent dan ga ik het allemaal voor uw regelen.” Ik heb hem een euro gegeven. Hij keek beledigd, maar hij nam hem wél aan.

Advertenties