Stellig


houttuinen

Komt het wel eens voor dat je een ouwe column terugleest en tot de conclusie komt dat je het mis had? Over het antwoord op deze vraag, gesteld door een oud-collega, hoef ik niet lang na te denken. Ja, natuurlijk is dat zo. Als je, zoals ik, al bijna acht jaar achtereen op dagelijkse basis je mening ventileert in 347 woorden, dan moet je die ook wel eens herzien; gewoon durven toegeven dat je wat ál te voorbarig of te stellig was. Daar hoef je niet eens columnist voor te zijn toch?
Voorbeelden? Ik heb er zat hoor. Ooit bestempelde ik Stadswerven als ‘de plek waar beige en boring elkaar ontmoeten.’ Daarmee doelde ik op de eerste huisjes die hier gebouwd werden in relatie tot de torenhoge ambities waarmee die nieuwe wijk (of buurt) jaren eerder gepresenteerd werd. Als ik nu, vanaf het terras van Kinepolis, die voorste rij huizen gadesla, zie ik een leuke ‘bric-á-brac’ van grappig gevormde zelfbouwwoningen. Ik ben er gisteren nog eens uitgebreid gaan wandelen en ik moet erkennen dat het veel leuker geworden is dan ik ooit verwacht had. Dat geldt overigens niet voor dat nieuwe appartementencomplex aan de Houttuinen… u weet wel, op die plek waar ooit een steenhouwerij stond. Ik betitelde het ‘nieuwe’ uitzicht vanaf de Nieuwe Haven destijds als ‘een postcard from hell.’ Nu moet ik toegeven, zó erg als destijds op de artist impressions stond aangegeven (kleur en formaat waren daarop op heel anders) is het niet geworden, maar dat betekent niet dat ik het eindresultaat nu wél mooi vind. Integendeel, dat grijze vehikel doet nog altijd pijn aan ziel en ogen… ik vind het zó lelijk zelfs dat ik er wel in zou willen wonen. Wat ik daarmee bedoel? Eh… kent u het verhaal van die Parijzenaar die al twintig jaar achtereen elke dag in de Eiffeltoren ging lunchen? Toen hem door de ober gevraagd werd waarom hij dat al zo vele jaren achtereen deed, antwoordde hij met: ,,Het is de enige plek in heel Parijs vanwaar ik niet tegen die pokke-toren hoef aan te kijken.’’

Advertenties