Kleinsteeds


brandstof2Brandstof, het kersverse café van Bibelot in het Energiehuis, heeft het in zich om ‘the place to be’ te worden. Dat schreef ik twee weken geleden in mijn column en toen dat zinnetje uit mijn tekstverwerker rolde, vreesde ik al een beetje voor wat er zou komen. Wat precies? Nou, het welbekende gezever dus, want zonder dát zou Dordt gewoon Dordt niet zijn: er gáát hier altijd iemand klagen, er móet hier altijd iemand mopperen… daar kún je gewoon op wachten. Constateer je dat het een beetje leeg begint te worden in de Noordzee, dan beginnen de vissers te mekkeren en kom je, tijdens een lange hete zomer tot de conclusie dat er best wel eens een buitje mag vallen… tja, dan de beginnen de boeren weer te zemelen. Een paar weken geleden schreef ik dat ik het wel een aardig idee zou vinden als de Pasar Malam op het Statenplein en de Sarisgang wat langer zou duren. Ik stelde een soort verdeelsleutel voor met de traditionele weekmarkt en raad eens wie er boos werden? De marktkooplui natuurlijk, want die willen geen centimeter wijken uit angst dat er misschien een eurootje in een verkeerd potje terecht komt. Gek eigenlijk, want van de drukte op de Pasar kan ook de kaasboer, even verderop profiteren.
Iets soortgelijks gebeurt nu bij het Energiehuis. Het succes van Brandstof, dat vorige week zaterdag een oergezellig winterterras opende, is kennelijk een doorn in het oog van Khotinsky, terwijl je óók zou kunnen denken dat twee horecagelegenheden in (en rond) één pand dat tóch al niet zo lekker draait, elkaar wellicht kunnen versterken. Maar nee hoor, bij Khotinsky, overigens een prachtig en uitstekend café en restaurant, zijn ze vooral angstig voor het welvaren van de concurrent. En dat is helemáál niet nodig, want de nog niet bepaald levendige buurt rondom dat toch al moeilijk te exploiteren Energiehuis kan juist wel een impulsje gebruiken. Daar kan Khotinsky alleen maar baat bij hebben.
Ik zeg: hou nou eens op met dat eeuwige kleinsteedse denken en til elkaar, in plaats daarvan,  naar nieuwe hoogten.

FOTO: AD (Albert Sok)

Advertenties