
De eerste column na mijn vakantie mag er nooit eentje worden vol frustratie, zo nam ik me altijd voor als ik, opgefrist en wel, terugkeerde van mijn min of meer vaste jaarlijkse retraite op mijn ándere favoriete eiland. Dát het contrast tussen Dordt (stad met rafelrandjes) en het vredige Terschelling imméns groot is, mag ik inmiddels als een vanzelfsprekendheid beschouwen… toch?
Al decennia achtereen ga ik jaarlijks minstens een week (liefst langer) naar stressloos ‘Schylge’, om mijn batterijtjes op te laden. Even een zeehondje doodknuppelen, zeggen we thuis altijd, maar neemt u dat niet letterlijk, want het ‘zeehondje’ waar ik op doel zit gewoon in mijn bovenkamer.
Ik vind het altijd fijn om thuis te komen, maar tóch stapte ik afgelopen zaterdag chagrijnig over de drempel. Waarom? Vanwege die file… niet op de Rijksweg, maar in Dordt, voor mijn eigen huis nota bene.
De terugreis verliep voorspoedig, want het stroomde lekker door bij Amsterdam, Den Haag en Rotjekor, maar eenmaal in Schapenkoppenland liep ‘gansch het raderwerk’ weer eens muurvast. Hoe dat komt? Omdat dit gemeentebestuur (én gemeentebesturen hiervoor) het al tientallen jaren achtereen niet voor elkaar krijgen om de zaterdagse verkeerscirculatie in de binnenstad een beetje op gang te houden. Daar heb ik normaalgesproken niet zo’n last van (ik plan zelden iets op zaterdag), maar na een autorit van ruim 200 kilometer doet het tóch zeer dat je nog eens een half uur in de rij moet staan om in je eigen woning te komen. Wat het nóg erger maakt is het feit dat deze gemeente de maandlasten van vergunninghouders om hun karretje in parkeergarage Drievriendenhof te stallen nu (in termijnen) wil gaan opschroeven van 11 naar 60 euro per maand. Dat is frustrerend aangezien ik die relatief lage maandlasten in de loop der jaren toch óók ben gaan beschouwen als compensatie voor die wekelijkse verkeerchaos op nog geen anderhalve meter van mijn voordeur… veroorzaakt door gemeentelijk faalbeleid.