
Wie vaak in de binnenstad komt, kent ze vast: bruidsmodezaken, massagesalons en nagelstudio’s waar je nooit een klant ziet en belwinkels die meer telefoons verkopen dan KPN, Oidido en Vodafone samen. Het lijkt alsof de halve stad zich voorbereidt op een huwelijk, een ontspanningskuur én een belletje met Bolle Jos in Sierra Leone of ‘oom Pablo’ in Colombia.
De Dordtse VVD wijst er terecht op dat hier – om maar eens in telefoontermen te blijven – toch écht iets niet in de haak is. Al sinds 2018 ligt er een wijziging van de APV klaar die het mogelijk maakt om zogeheten Bibob-onderzoeken te doen. Voor wie die term niet kent: Bibob is een wet waarmee gemeenten vergunningen kunnen weigeren of intrekken als er signalen zijn dat een bedrijf wordt misbruikt voor criminele activiteiten. Handig dus, als je ontdekt dat de zonnebank eigenlijk een geldwasserij is of de nagellak via Medellín binnenkomt.
Maar in de praktijk is er met die APV-wijziging bar weinig gebeurd, zegt de VVD. Het instrument ligt er, maar de gemeente grijpt nauwelijks in.
Intussen ronselen drugsbazen jongeren via TikTok voor explosieve klusjes: ,,Plaats jij deze vuurwerkdoos bij die voordeur daar, dan krijg je 500 euro én een opbeurende shout-out van @Drugsbaas69.” Nee, ondermijning is al lang geen abstract begrip meer, het is straatpraktijk met een serieus verdienmodel.
Tijd dus om het kaf van het koren te scheiden. Maar eh… wat is kaf? Is dat de kapper met vijf stoelen en nul klanten? Is het die bruidsmodezaak die alleen open is op dinsdagochtend tussen 11:00 en 11:07? Misschien moeten we beginnen met een simpele test: elke kapsalon moet minstens één klant kunnen aanwijzen die geen neefje is. Lukt dat niet? Bibob. Hangen de jurken in de bruidsmodezaak er louter als decor? Bibob. Heeft de massagesalon drie behandelkamers en nul afspraken? Bibob.
Want bonafide Dordtse ondernemers verdienen bescherming in een ondernemersklimaat dat niet ruikt naar aceton, angstzweet en witgewassen contanten.