
Ik schreef hier eerder al eens dat Dordt het Zwitserse zakmes van de Nederlandse filmwereld is. Geef ons een draaiboek en wij spelen moeiteloos Amsterdam, Rotterdam of Den Haag, in de jaren dertig, veertig, zestig of tijdens de Gouden Eeuw.
Maar inmiddels vermoed ik dat Dordrecht er een tweede carrière bij heeft: die van reclame-icoon.
Dat viel me op toen ik in deze krant las dat de Duitse film Gebt mir etwas Zeit binnenkort in onze binnenstad wordt opgenomen. De regisseur was gecharmeerd geraakt van een hier gedraaide Staatsloterij-commercial. Dordrecht speelde daarin 1726 zo overtuigend dat een Duitse filmploeg dacht: dáár moeten we zijn.
Het is ook niet de eerste keer. Voor de recente Staatsloterij-commercial werd de historische binnenstad aangekleed met koetsen en paarden, op de Grotekerksbuurt, het Stadhuisplein, de Voorstraathaven en bij de Lombardbrug. Ook ‘brillenboeren’ en uitzendbureau’s draaiden hier in de afgelopen decennia televisiereclames en onlangs ook werd het Dordtse station (met een kunstmatige regenbui) gebruikt voor een NS-commercial.
Kennelijk hebben filmmakers en reclamemakers één grote wens: ze zoeken authenticiteit en vinden dat vroeg of laat in Dordrecht. We zijn kennelijk een goudmijn voor locatiemanagers.
Dat is het grootste compliment dat een stad kan krijgen. Dat mensen van buitenaf onmiddellijk zien wat wij soms vergeten. Die oude havens, het stadhuis, de Grote Kerk, de wolken boven het water en die wirwar van historische straatjes zijn helemáál niet vanzelfsprekend. Voor ons is het de weg naar de bakker, voor een regisseur is het een filmset en voor reclamemakers een geschenk uit de hemel. Dat vind ik toch echt iets om trots op te zijn.
Toegegeven… ook in Dordt huren we reclamebureaus in, laten we glossy brochures drukken en bedenken we ‘catchy’ slogans, maar uiteindelijk hoeft deze stad kennelijk alleen maar wakker te worden, gewoon zichzelf te zijn en verleidelijk naar de camera te lachen.
,,Time for my close-up now, Mr. DeMille.”