Film


 

Alles doet hij langzaammarkt. ,,Met beleid”, zoals hij het zelf omschrijft. Zo loopt hij ook over de markt, zich bewust van elke, ietwat pijnlijke ministap, maar toch uiterst doelbewust. Vrijdag boodschappen: aardappels bij de ene kraam, prei en witlof één gangpad verder. ,,Die haal ik altijd bij die grappige Marokkaanse jongens die de hele dag lopen te dollen… of zijn het Turken? Da’s me nou nooit helemaal duidelijk geworden. Ze zijn in ieder geval altijd reuze vriendelijk.”

Vervolgens broodbeleg bij de kar van die kale met die snor en daarna vis voor vanavond. ,,Die scholletjes maak ik straks thuis zelf schoon, doe nu maar alvast een harinkje. Die eet ik gelijk op. Hoeveel is dat bijmekander?” Langzaam telt hij het exacte bedrag uit in zijn handpalm. Dat gaat te traag naar de zin van de visverkoper. Kom maar hier met dat brieffie ouwe, krijg ie nog wat terug ook!” De hoogbejaarde man zucht als het biljet van twintig euro uit zijn portemonnee wordt getrokken, maar hij protesteert niet. ,,Weet je wat het is”, zegt hij, als we later die ochtend met koffie en verse jus bij de Klander op het terras zitten, ,,ze denken dat je niet meer kan tellen als je oud bent. Ik dacht die man eigenlijk een plezier te doen met kleingeld, maar blijkbaar ging het hem allemaal veel te langzaam. Zeker bang dat ie een andere klant verliest of misschien denkt ie wel… gauw aanpakken die centen voordat die ouwe al tellend tegen de vlakte gaat.” Hij moet er zelf even hartelijk om lachen. ,,Ach weet je… die visboer bedoelt het goed. Hij zal me nooit voor de gek houwen hoor…daar ben ik echt niet bang voor. Ze hebben tegenwoordig allemaal haast, behalve ik. Soms zie ik de wereld als een op te hoge snelheid afgespeelde film, waar ik als het ware in slow-motion doorheen stap.Da’s in ieder geval één voordeel van oud zijn… je hoeft lekker niet meer mee te rennen. Ik maak me nergens meer druk om… het wordt toch wel morgen en zo niet, dan is de film afgelopen.” Weer schiet hij even in de lach.

Laurel and Hardy,,Over films gesproken… als ik mijn leven daar nou toch mee vergelijk, dan zou het zeker een lachfilm geweest zijn.” ,,Hoe bedoel je dat?”, vraag ik. ,,Precies zoals ik het zeg. Aan humor geen gebrek.” ,,Maar jij werkte toch bij een begrafenisondernemer? Ik kan me niet voorstellen dat je dan gierend van de lach naar kantoor ging.” Mijn tafelgenoot roert in zijn koffie, zegt even niets en begint dan weer te grinniken. ,,Misschien juist omdat het zo’n serieus beroep is, maar we hebben toch altijd véél moeten lachen hoor. Dat deden we trouwens meestal achter de schermen, want je wilt natuurlijk niemand kwetsen. Als we naast de kist liepen of we stonden tijdens een rouwplechtigheid bij de deur, dan probeerden we altijd zo serieus en zo droevig mogelijk te kijken. Dat viel heus niet altijd mee. Soms moesten we écht ons best doen om niet hardop in de lach te schieten.” ,,Hoe bedoel je?, vraag ik. De oude man bestelt twee verse bakkies en haalt diep adem. Ik zie zijn ogen oplichten. De mondhoeken schieten de lucht in.Funeral3

,,Ik heb een keertje meegemaakt…. dat moet nu zo’n veertig jaar geleden zijn… dat er een vent werd begraven die wij allemaal goed kenden. We hebben het nu over begin jaren zestig, dus iemand was al gauw een bekende in de binnenstad. Ze zeggen wel eens, van de doden niks dan goeds, maar die vent was een echte rotzak. Hij werkte bijna nooit, zat altijd in de kroeg en hij was niet aardig voor z’n vrouw en zijn kinderen. Losse handjes, zeg maar, vooral als ie wat te diep in het glaasje had gekeken. Hij was trouwens een beetje lullig aan zijn einde gekomen… te veel gedronken, zoals gewoonlijk en vermoedelijk van zijn fiets gelazerd. Op een ochtend werd hij gevonden in de Voorstraathaven. Die gozer had zo’n beetje mot met de hele binnenstad gehad, dus er was, volgens mij, bijna niemand echt rouwig dat ie dood was. Tijdens de plechtigheid deed z’n broer het woord… die was ouderling in de kerk, dus die kon goed ouwehoeren. Het was een prachtige toespraak Je zou haast denken dat de paus werd begraven: Arie was zo’n nobel mens, gul, vriendelijk, godvrezend, de wereld was écht slechter af nu hij er niet meer was. Die toespraak duurde en duurde maar en het ophemelen kende geen grenzen. Toen die broer eindelijk klaar was met z’n toespraak, hoorde ik de weduwe zachtjes, maar op bitse toon en in onvervalst plat Dordts tegen haar zoon zeggen: ,,Hé Jan, ga jij eens effe in die kist kijken of dat onze Arie is, want ik geloof er geen zak van.”

Kees Thies

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s