Jon


jon2Regelmatig kom ik Jon tegen in de stad. Hij loopt altijd ietwat voorover gebogen en zijn ogen, hoewel nauwelijks zichtbaar vanwege lange slierten ongewassen haar, schieten alle kanten op. Ondanks dat lange haar… een overblijfsel uit de ‘early seventies’ is hij aan de bovenkant’ al behoorlijk kaal. Nog een paar tanden heeft hij over en er zitten altijd wondjes op zijn gezicht. Het toch al niet florissante totaalplaatje wordt  afgemaakt door een enorme hangsnor, waarin zich overduidelijk nog een restvoorraadje gele vla bevindt.

Hooguit 45 is hij nu, maar hij toont twintig jaar ouder. Jon is junk… jawel, ze bestaan nog. Een van zijn oude maten liet ooit het leven op het toilet van het centraal station en steeds als ik Jon zie vraag ik me af wie het nu achteraf eigenlijk beter getroffen heeftWekelijks geef ik hem een eurootje en soms twee en Jon, die ook nog eens seropositief is, neemt mijn geld aan als een vanzelfsprekendheid. Een bedankje zit er niet in. Jon ziet mijn bescheiden donaties waarschijnlijk als een vorm van boetedoening omdat ik het in mijn leven tot dusver beter getroffen heb dan hij. We zijn generatiegenoten, waren ooit zelfs klasgenoten en onze toekomstkansen lagen in die tijd op zijn minst gelijk. Een leven kan soms rare wendingen nemen.
Ondanks Jon’s eeuwige gejaagdheid groet hij me altijd als we elkaar kruisen op Statenplein of Vrieseplein. Dan vraagt hij om geld en hij beledigt me steevast als de opbrengst dit keer maar één euro is in plaats van twee. ,,Hé, jij heb toch poen zat man. Is dat alles wat je kan missen? Wat ben jij een eikel zeg! ” Als ik iets terug wil zeggen is hij alweer vijftig meter verder.
In gedachten ga ik dertig jaar terug. Jon was een knappe gozer en ook nog eens behoorlijk bijdehand. Altijd haantje de voorste, in het gymlokaal, op het voetbalveld, maar vooral op schoolfeesten bij de meisjes. Eigenlijk waren we best wel een beetje jaloers op hem. Waar wij nog stiekempjes een beetje over fantaseerden werd door Jon al lang en breed gepraktiseerd.
Jon zou later vast profvoetballer worden en als dat niet lukte, popzanger, filmster of held bij de brandweer. Jon kon de bal wel honderd keer hoog houden en Turks Fruit had hij al drie keer gelezen. Het was in 1979 dat we samen in het café zaten. Een afscheidsborrel Ik zou naar de journalistenschool gaan en Jon zou verhuizen naar Amsterdam waar hij, naar eigen zeggen, ‘aangenomen’ was op de Filmacademie.
Amsterdam heeft Jon bereikt, maar die Filmacademie heeft hij volgens mij niet lang bezocht. Wat er vanaf 1980 allemaal precies gebeurd is zal ik nooit weten. Ooit heb ik hem er naar gevraagd, maar zijn antwoorden waren onsamenhangend en ontwijkend van toon.
Ik sta bij de viskraam op het Vrieseplein en ik zie hem zitten op een van de bankjes. Een sjekkie in de ene hand, een blikje bier in de andere. Hij is druk in gesprek, maar ik zie niemand in zijn buurt. Met wie zou hij in gedachten op dat bankje zitten? Leven zijn ouders nog? Wat is er in zijn leven misgelopen? En waar zal hij de komende nacht doorbrengen? Ik zou het hem eigenlijk moeten vragen, maar ik ben te laf om het antwoord te horen.
Gauw naar binnen. De vis wordt koud.

Kees Thies

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s