
Wie in de binnenstad woont en daar ook nog eens bewust voor heeft gekozen is over het algemeen geen zeurpiet. Een beetje stadslawaai, een evenementje hier of daar, niet voor je deur kunnen parkeren, een horeca-ondernemer met een schijnwerper, een pittende zwerver in je portiek, ronkende auto’s op zaterdagen in de rij voor een parkeergarage, ach… een beetje centrumbewoner ligt er niet wakker van. Wonen in de binnenstad is gezellig, nooit saai, je hebt veel faciliteiten (van terras tot theater) ‘om de hoek’, je voelt dat je leeft en je mag dat ook nog eens doen in een prachtig zeventiende eeuws decor. Kortom, wonen in de binnenstad heeft een hoop voordelen, maar helaas ook een paar nadelen. Eén van die nadelen is ruziënde en straalbezopen horecatijgers rond een uurtje of half drie in je straat. Zo stond onlangs weer eens een dronkaard luid schreeuwend voor de deur van zijn ex (bij mij aan de overkant). Het spektakel speelde zich ver na middernacht af en de straat lag al zo’n beetje op één oor.. De bel deed het niet dus klepperde meneer een kwartiertje met de brievenbus. Toen dat ook geen respons opleverde begon hij maar te gillen. ‘Doe open xxx!’ Die laatste drie letters moet u in gedachten vervangen voor een woord dat is opgebouwd uit een vrouwelijk geslachtsdeel en een héél oud beroep… en dat dan ongeveer een half uur lang. U begrijpt dat wij thuis de slaap niet meer écht konden vatten. Na een half uurtje was voor ons, maar ook voor de ex in kwestie de lol er wel van af. Vanuit een bovenraam liet zij weten dat het openen der voordeur hedenavond geen optie was. De dronkaard besloot dan maar af te druipen, stapte op zijn fiets, riep nog één keer dat inmiddels bekende woord en tuimelde vervolgens aan de andere kant van zijn tweewieler weer op de keien. Toen kwam ik er achter dat ik niet de enige slapeloze gluurder was. Vanuit de halve straat ging namelijk een vrij luid en vooral spontaan applaus op. Dronkelap droop, zonder fiets, af, raampjes en gordijnen in de straat gingen weer dicht en met een voldaan gevoel legden diverse buren hun hoofden weer op dito kussens. Op gerechtigheid is het goed pitten geblazen.