Over wieleropa’s, ‘electrofietsers’ en hondenbezitters…


cyclingSinds Blafmans mij geadopteerd heeft loop ik vaker buiten dan ooit. Ik bedoel in de natuur dan, want dankzij mijn viervoeter, die graag rent en zwemt, kom ik de laatste anderhalf jaar op plekken waar ik hondloos zelden of nooit gekomen zou zijn. Zo mag Blafmans graag wat struinen in De Elzen, in Sandelingen-Ambacht en in het bos bij Oud-Alblas. Dat zijn heuse hondenparadijzen, omdat je daar nauwelijks verkeer in de buurt hebt. Dat is anders op de Wantijdijk, in die strook aan de buitenrand van Stadspolders of langs de Oude Maas, tussen Heerjansdam en Barendrecht. Daar zijn mens en hond hun leven niet zeker en dat heeft alles te maken met het wielerseizoen. Zo’n beetje eind maart, begin april als de professionele wielerploegen uit hun winterslaap komen en vooral de Belgen zich weer opmaken voor hun grote voorjaarsklassiekers, halen de Hollandse amateurs hun wielerpakjes uit de mottenballen en hun racefietsen uit de schuur. Nu vind ik oudere heren in iets te strakke pakjes op kekke fietsjes een prachtig fenomeen hoor, want het heeft iets heerlijks onverzettelijks Hollands en al vaak heb ik zo’n zwetend heerschap, uit pure bewondering en oprechte liefde voor de sport, op mijn snelle scootertje, kilometers lang uit de wind gezet. Voor een wielerliefhebber als ik klinkt het geluid van een ‘flyerende’ cyclist mij als muziek in de oren, behalve dan als ik in zo’n losloopgebied loop waar renner, wandelaar en hond de ruimte moeten delen. De controverse tussen de hardrijders (opa wil een tijd neerzetten) en de hondenbezitters lijkt op sommige plekken met de dag groter te worden. ,,Oprotten, gloeiendegloeiende!’’ schreeuwt een tijdrijdende krasse knar op tweede paasdag naar verbouwereerde hondenuitlaters op de Wantijdijk. Hij denkt zelf dat hij héél hard gaat, maar wij wandelaars schieten pijnlijk in de lach als hij, kort na zijn kanonnade, op zijn beurt weer wordt ingehaald door zo’n typisch ANWB-echtpaar (‘matching’ jasjes en tasjes) op electrofietsen. ,,Ja gotverdegotver, zó kan ik het ook,’’  tiert de roodaangelopen traptijger verontwaardigd. ,,Hé niet vloeken joh… tis Paase,’’ roept iemand hem nog na. Blafmans blaft het uitroepteken. Mijn dag kan niet meer stuk.

Advertenties