Een klein monumentje voor ‘die ouwe’…


Broeder ThiesMorgen Vaderdag en dan draait het in mijn hoofd, nu bijna dertien jaar na zijn overlijden, toch écht om mijn pa. Dat doet het trouwens ook nog altijd op zijn sterfdag en geboortedag en soms natuurlijk ook op willekeurige momenten, maar op de een of andere manier, komt Vaderdag de laatste jaren steeds harder binnen. Mijn vader runde in de jaren zeventig en tachtig de Ambulancedienst in Dordt en regio en zonder op te scheppen (nou ja, een beetje dan) durf ik te stellen dat hij deze organisatie in die periode naar een hoger niveau getild heeft. Zijn doelstellingen waren: méér ambulances met daarin de allermodernste beschikbare hulpmiddelen, beter opgeleid personeel (óók de chauffeurs) en kortere aanrijtijden in het destijds snel uitdijende Dordt (Sterrenburg, Stadspolders). Die doelen streefde hij op zijn eigen manier na en de ‘weg der geleidelijkheid’ was daarbij niet bepaald zijn modus operandi. In zijn directheid en veeleisendheid maakte hij dan ook niet louter vrienden. Mijn pa (ouderen zullen hem zich herinneren als ‘broeder Thies’) was namelijk geen diplomaat en al zeker geen politicus.  Herhaaldelijk lag hij overhoop met bestuurders en beleidsmakers, want al die plannen kostten nu eenmaal geld en dat moest destijds toch vooral bij de gemeentes worden losgepeuterd. Een beetje ‘lobbyen’ via de media ging hij daarbij niet uit de weg, dus bij de dagbladpers wisten ze hem altijd makkelijk te vinden. Een ‘quootje’ van broeder Thies (‘Er moet geld bij want anders gaat het mensenlevens kosten’) leverde immers altijd wel weer een aardige krantenkop op. Morgen Vaderdag dus en ik hoop dat mijn kinderen later minstens half zo trots op mij zijn als ik op mijn pa. Als monumentje voor ‘die ouwe’ wil ik graag de volgende dichtregels van Kees Buddingh’ aanhalen.

Soms ’s avonds staat mijn vader in de kamer. Vreemd oud geworden, haast vel over been. (…) We praten niet, maar ‘hou je taai, hè!’ knikken we als vroeger. ‘’K ga weer eens. Dag knul.’ Hij staat nog even voor mijn moeders jeugdfoto. Het tuinhek piept. Ik luister naar zijn stappen, die vederlichte, bulderende stappen van iemand die terug moet in de dood.

Advertenties