Gemeenteraadslid zijn is al lang geen ‘hobby’ meer


raadswerkMijn eerste schreden in de regionale journalistiek zette ik ooit bij Het Vrije Volk, maar helaas ‘stagiairde’ ik daar eigenlijk zo’n beetje binnen op het moment dat die krant op haar laatste benen liep. Daar ging dus mijn eerste baantje, maar gelukkig was er in die tijd nog werk zat in de dagbladbranche en dus kon ik in 1984 direct overstappen naar dagblad De Dordtenaar, alwaar men naarstig op zoek was naar een verslaggever voor Zwijndrecht, Hendrik-Ido-Ambacht en het destijds nog zelfstandige Heerjansdam. Drie jaar lang fietste ik daar de benen uit mijn lijf om zoveel mogelijk gemeenteraadsvergaderingen bij te kunnen wonen en om mijn stukkies (dat ging toen nog niet digitaal) op tijd te kunnen inleveren. Nog een jaartje of vier werkte ik op de Dordtse stadsredactie om rond 1991 voor een periode van twintig jaar uit de regiojournalistiek te verdwijnen voor een loopbaan in televisieland. Verhuizen naar Hilversum deed ik nooit, maar wél begon het politieke wel-en-wee van mijn woonplaats en de omliggende regio, met het jaar meer naar de achtergrond te verdwijnen. Als je mij bij wijze van spreken in, pak hem beet 1996, gevraagd zou hebben wie er in Dordt, Zwijndrecht of Ambacht wethouder of raadslid waren, zou ik die vraag niet hebben kunnen beantwoorden. Toen ik, zo’n jaar of vijf geleden, terugkeerde in de regionale journalistiek ontwaarde ik in de gemeenteraden van stad en streek, veel gezichten die ik me nog goed ‘van vroeger’ kon herinneren. Daar zitten overigens uitstekende raadsleden tussen, maar eerlijk gezegd ook een paar notoire ‘plucheverslaafden.’ Tegelijkertijd constateer ik dat het raadslidmaatschap in de loop der jaren een stuk zwaarder en moeilijker geworden is en dus ook meer tijd is gaan opslurpen. Je zou zelfs kunnen stellen dat de functie gemeenteraadslid een beroep geworden is, in plaats van een uit idealisme geboren hobby. Nu vraag ik me het volgende af: is een ‘frisse’ lokale politiek gebaat bij een maximum ‘zittingsperiode’ voor gemeenteraadsleden (twee termijnen van vier jaar bijvoorbeeld) of zijn ‘langzitters’ juist een zegen omdat hun kennis en ervaring niet gemist kan worden in een alsmaar gecompliceerder wordende lokale samenleving? Ik ben benieuwd wat u daar van vindt.

Advertenties