Slalommen langs woest wervende werkstudenten


straatverkoperEr was ooit een tijd dat een beetje binnenstadsbewoner zich in het hartje van de stad een weg moest banen langs jammerende junkies, drammerige dronkaards en strijdlustige straatkrantverkopers. Gewoon even een boodschapje doen was een helse expeditie geworden. ,,Nee, ik heb geen eurootje voor de trein naar je zieke moeder die in kritische toestand op de intensive care van het Onze Lieve Vrouwengasthuis in Meppel-zuid ligt!”
Inmiddels is het, op dat gebied een stuk rustiger in Dordt, maar sinds enkele weken is een wandelingetje door de binnenstad weer een ware bezoeking geworden. Niet dankzij bedelende zwervers en Oost-Europese pruilmeisjes, maar dankzij straatcolporteurs, die tegenwoordig zelfs zijn uitgerust met bakfietsen en handkarren. Het zijn er veel… té veel en dan móet het zelfs nog lente worden.. Tegenwoordig zijn het vooral de Sarisgang en dat nieuwe, naamloze pleintje tussen Lindershuis en Hema waar je belaagd wordt door bijklussende bijdehandjes.
Bijna dagelijks ben ik, op weg naar supermarkt, stamkroeg of warenhuis, genoodzaakt om met zo’n knulletje verbaal de strijd aan te gaan. Die gasten komen tegenwoordig je luchtbel binnen met een, overduidelijk op de cursus aangeleerd gewetensvraagje. Zoiets kan ik  normaalgesproken best hebben, maar afgelopen zaterdag was ik wat grieperig en enigszins chagrijnig vanwege aanhoudende druilregen. Even snel een boodschap en dan vlug de bank op met een hete honing-cognac-groc en Ireen Wüst… dát was het plan, maar zo makkelijk ging dat niet, want kijk, dáár hebben we de anti-vivisectiebond? ,,Mijnheer, houdt u van dieren?” ,,Ja, hoor, vooral van kip! En nou opgetokkeld!”
,,Mijnheer, hoe ziet u straks uw oude dag?” ,,Geen idee, maar als jij me niet heel snel met rust laat heb jij straks een cowboylaars in je pensioengat.” Al slalommend langs woest wervende werkstudenten bereik ik V&D. Bijna word ik nog in de grintbak gereden door een hoogbejaarde Jos Verstappen in een scootmobiel. Mokkend loop ik door, terwijl ik fantaseer over een ophokplicht voor straatventers. Dan ben ik binnen. Heerlijk… wat een rust in het warenhuis. Drie hoeraatjes voor de enige plek in Dordrecht waar niemand je iets probeert te verkopen.

Advertenties