Energiehuis is een succes, alleen financieel niet


energiehuis3Toen ik er ooit aan begon… aan dit dagelijkse episteltje in deze krant… had ik me een paar dingen voorgenomen: nóóit zou ik de eigenwijze betweter achteraf worden (te makkelijk), nóóit zou ik heel hard ‘foei wethouder, foei college of foei gemeenteraad’ roepen (nóg makkelijker) en nooit zou ik mijn lezers vermoeien met een ‘I-told-you-so-column,’ want dat is wel de aller-makkelijkste variant in columnistenland.
Maar nu kan ik er toch écht even niet omheen, want al bij de opening van het Energiehuis produceerde ik de volgende tekst: de ‘bespelers’ van het Energiehuis, Hollands Diep, de Kunstkerk, de Jeugdtheaterschool, Kunstmin, de Popcentrale, ToBe en Bibelot, vormen gezamenlijk een financieel wankele lappendeken van grote en kleine cultuurinstellingen. Het is een kaartenhuis dat bij de minste geringste tegenvaller zomaar kan instorten. En precies dát is wat er nu lijkt te gebeuren, want door tegenvallende inkomsten op het gebied van commerciële verhuur en sponsoring dreigt een tekort te ontstaan van maar liefst vier-en-een-halve ton. En dat is nog niet alles, want dat tekort kan zelfs nog oplopen tot 800.000 euro als een claim van horeca-uitbater Khotinsky (inkomstenderving omdat men hier niet op tijd kon beginnen) ‘gehonoreerd’ moet worden.
De meest voor de hand liggende vragen die nu open staan zijn: is het Energiehuis destijds gebouwd op drijfzand, is hier sprake van ernstig wanbeleid en wie hebben er de afgelopen jaren allemaal zitten pitten? Dat zijn vraagstukken die – dat lijkt me vanzelfsprekend – binnenkort  ‘gemeenteraadsbreed’ besproken moeten worden, want de belastingbetaler heeft hier recht op de grootst mogelijke duidelijkheid. En tóch zijn het, in mijn ogen, ook weer niet de aller-belangrijkste vragen. Ik zal u uitleggen waarom ik dat vind: het Energiehuis is misschien niet financieel, maar toch zeker op elk ander denkbaar vlak, een groot succes. Het is mooi, het is (multi-)functioneel, het bruist er en dus bruist de stad en… boven alles… Dordt was daadwerkelijk toe aan zo’n cultuurtempel. Een dergelijk concept moet, in een stad als Dordrecht, kostendekkend, of op z’n minst met een klein verlies kunnen ‘draaien,’maar dát kan pas als die lappendeken in een strak dekbed veranderd.

Advertenties