Altijd staat hij op zenden… nóóit eens op ontvangen


wet-fall-leaves

Ik ontloop niemand in mijn stad, maar voor Wilbert maak ik altijd graag een uitzondering. Niet omdat ik bang voor hem ben, maar simpelweg omdat hij altijd binnen één minuut en dertig seconden mijn, over het algemeen, prima humeur grondig weet te bederven. Dat lukt hem elke keer weer vanwege het feit dat hij, gelijk een radio, louter op zenden en nimmer op ontvangen staat. Wilbert gebruikt zijn ‘gesprekspartners’ als afvalcontainer waarin hij zijn oervervelende boodschappen (‘Goh, jij bent aangekomen zeg’) kan deponeren. Hij delibereert zinloze feiten over zijn succesvolle bestaan (‘Ik was dit weekend even in New York… louter zakelijk hoor’’) of maakt melding van eventueel onrecht dat hem overkomen is (‘En toen waren zomaar ineens de aanmaakblokjes voor de open haard op’) en van die stortvloed aan pochboodschappen (‘Morgen ga ik op cruise naar Miami’) maakt hij vervolgens een virtueel propje dat hij vervolgens, zonder enige vorm van verdoving, je strot in propt. ,,Eat this loser,” luidt eigenlijk zijn boodschap. Zijn eeuwige openingszin ‘Hé ouwe reus, hoe gaat ‘ie?’is dan ook pure misleiding, want Wilbert wil alleen maar vertellen hoe met hém gaat. Ik zie hem aankomen op de Vriesestraat en concludeer dat wegduiken geen zin meer heeft. Bij wijze van experiment beantwoord ik zijn openingsvraag met de mededeling dat ik zojuist ontsnapt ben uit een TBS-kliniek, dat mijn vrouw zwanger is van Harry Mens, dat Blafmans zojuist, samen met een Afghaanse windhond, is afgereisd naar Aleppo en dat ik morgen een geslachtsveranderende operatie onderga vanwege mijn voorgenomen deelname aan het WK ijsdansen voor vrouwen in Sankt Moritz. Dat was een nutteloze actie, want mijn volzin dringt bij Wilbert totaal niet binnen en ongeduldig wacht hij af tot mijn lippen ophouden met bewegen. Precies op het moment dat hij zijn braniedouche over me wil uitstorten, slaat een windvlaag Wilberts tas uit handen en rollen tientallen mandarijntjes de Vriestraat over. Als een dolle begint Wilbert te rapen en ik zie mijn kans schoon om te vluchten. ,,Sorry ouwe reus, ik moet me haasten,’’ lieg ik, terwijl ik mijn telefoontje demonstratief omhoog hou.
Leve de herfst, die zo héél soms zo’n heerlijk lentemomentje uitdeelt.

Advertenties