‘Het is niet veel, maar ik ben er blij mee’


home-sweetNee, hij is niet dakloos… sinds kort niet meer, al doet hij dat, tijdens zijn gebedel in de binnenstad, nog wel graag zo voorkomen. Hans heeft een huis… nou ja, een halve verdieping in een gaar pand aan de rand van Reeland, die als kamer, slaapkamer en keuken fungeert en waar hij leeft op een kille, betonnen ondergrond omdat hij, naar eigen zeggen, geen geld heeft om vloerbedekking te kopen. Da’s niet gelogen, want het weinige geld dát Hans heeft, verdwijnt in huur en schuldsanering en wat er dán nog van zijn uitkering overblijft spendeert hij aan supermarktbier en een eenarmig bandiet aan de Vrieseweg. Ik sta in zijn huis… niet echt tot mijn genoegen, want het is er donker, benauwd en het stinkt. Hans houdt zich niet zo bezig met trivialiteiten als poetsen, stofzuigen, kapotte peertjes vervangen en afwassen en alles wat hij zijn kamer binnen sleept stapelt hij op wegens een chronisch gebrek aan kasten. Zijn enige ‘meubelstukken’ zijn lege kratjes bier, een bed, met daarop wat stoffige dekens en een wankele, maar bloedhete gaskachel met gevaarlijk veel gebroken ruitjes. Ik ben er omdat ik Hans, vijf minuten geleden, voor de deur van zijn huis tegen kwam en Blafmans en ik zijn enthousiaste uitnodiging met goed fatsoen niet konden afslaan.
Door één van de gebroken kachelruitjes heen steekt Hans een reusachtige pretsigaret op en ademt diep en zorgvuldig in. Hij wacht een paar tellen alvorens zacht kreunend uit te blazen, neemt vervolgens plaats op de rand van zijn bed en zegt lachend: ,,Het is niet veel, maar ik ben er blij mee. Jij vindt het vast een dump.’’ Ik lieg dat die gedachte niet in me was opgekomen en dat ik weg moet vanwege een dringende afspraak. Als ik opgelucht ademhalend weer buiten sta schuift Hans zijn raam open en roept: ,,Kom je gauw nog eens buurten?’’ Ik draai me om, steek mijn duim op en zeg: ,,Tuurlijk man.’’
Drie leugens in één minuut… gelukkig is Hans niet Bijbels opgevoed.
,,Kukekelekuu,’’ blaft Blafmans, als we de hoek om zijn.
,,Ach, hou toch je kop kreng,’’ zeg ik.

 

Advertenties