Daar ligt hij, naast zijn fiets, op de grond…


valfietsBij de kassa van de supermarkt zie ik hoe mijn ouwe klasgenoot Bert zo’n dingetje op de lopende band legt… nee niet, tussen zijn en mijn boodschappen, maar tussen de producten die hij uit zijn winkelwagentje haalt. Tot mijn verbazing pakt hij nóg zo’n beurtbalkje (ik heb het opgezocht… zo heten die dingen) en legt vervolgens een derde voorraad neer. ,,Drie keer apart afrekenen en de bonnetjes graag van die twee laatste ladingen,’’ zegt hij op gestreste toon tegen de caissière. Ik begroet hem enthousiast want ik heb hem lang niet gezien, maar hij heeft geen tijd voor een praatje: ,,Sorry man… haast. Mijn vrouw en ik doen boodschappen en koken tegenwoordig voor onze moeders. Die zijn slecht ter been en komen niet meer buiten. Ze wonen zelfstandig, maar eigenlijk dekt dat woord de lading niet. We maken, naast onze banen, allebei zo’n tien uur per week vrij om voor ze te zorgen. Dat doen we met liefde, maar we komen gewoon tijd te kort. We rennen ons het schompes, want zoals je weet hebben we ook nog jonge kinderen. En dus is het altijd rennen en vliegen geblazen, want ik moet ook m’n zoon nog naar de voetbaltraining brengen en m’n dochter achter de broek zitten in de tentamenweek waar ze momenteel midden in zit. Kortom, sorry dat ik al drie maanden niet meer in de kroeg kom, maar ik moet nu écht vliegen. Ik bel je… byebye.’’
Als ik een kwartiertje later ook buiten ben zie ik hem op de grond naast zijn fiets liggen. Een ambulance is al gearriveerd en een verpleegkundige zit gehurkt naast hem. Wat is er gebeurd? Uitgegleden, hartaanval, aanrijding? Ik loop naar hem toe, maar wordt tegengehouden door een politieagent. ,,Maar ik ken hem,’’ zeg ik. ,,Ik stond net nog met hem te praten.’’ De agent kijkt me aan en vraagt: ,,Weet u dan ook misschien wat de oorzaak van dit ongeluk was?’’ Het antwoord kwam er uit voordat ik er erg in had. ,,Jazeker weet ik dat… daar ligt een gevalletje mantelzorg.’’

Advertenties