Sliedrecht is écht…Volendam nou juist niet


Sliedrecht en Volendam

,,We moeten het Volendam van Zuid-Holland worden,’’ zegt een Sliedrechtse ondernemer tijdens een bijeenkomst, eerder deze week, met het college van b en w. Die bijeenkomst ging over de aantrekkelijkheid van Sliedrecht en hoe die verbeterd kan worden.
Het klonk haast als een grap, aangezien de enige overeenkomst die ik tussen de beide gemeentes kan vinden het feit is dat het allebei voormalige vissersdorpen zijn en dat je uit zowel het Sliedrechtse als het Volendamse rioolwater kunt ‘aflezen’ dat er in beide gemeenten relatief veel geblowd, gesnoven en geslikt wordt. Analyses in beide plaatsen deden vorig jaar alle metertjes in het rood uitslaan. Maar goed, daar gaat het nu even niet over, want verder hebben Sliedrecht en Volendam weinig gemeen. Ik zeg… gelukkig maar en houwen zo, want als Sliedrecht nou één ding niet moet willen is op Volendam lijken. Sliedrecht is namelijk écht… nog net zo écht als, pak hem beet, een halve eeuw geleden, terwijl Volendam nog hooguit een uitvergrote imitatie is van een idylle uit een ver verleden. Volendam is papier-maché, een toneelstukje, ofwel ‘Circus Schijnvertoning.’ Sliedrecht daarentegen is uniek en in alles het tegenovergestelde van schone schijn. Sliedrecht is gewoon ehh… Sliedrecht, niet glad, een tikkie rauw zelfs, maar altijd zichzelf en geloof me, dat is al een bijzonderheid op zich.
‘Hoe kan Sliedrecht nóg aantrekkelijker worden?’luidde de vraag. Maar aantrekkelijk voor wie dan? luidt mijn tegenvraag. Voor de inwoners, voor het bedrijfsleven of voor eventuele toeristen? En wát is eigenlijk aantrekkelijk?’ Volgens mij is het juist die unieke eigenheid die Sliedrecht zo boeiend maakt. Daar hou je van of niet, maar dat verander je nooit. En natuurlijk kan of moet een gemeente altijd ‘boetseren’ aan een beter winkel- en horeca-aanbod, maar waar Sliedrecht, in toeristisch opzicht, vooral aan zou kunnen werken is aan haar imago. Het zijn immers Sliedrechters en Sliedrechtse bedrijven die op deze planeet onze voeten droog houden en zelfs land uit zee weten te ‘oogsten.’ Een permanente expo-ruimte (noem het een pretpark voor mijn part) waar dát wordt uitgestraald, kan het baggerdorp, volgens mij, wereldwijd in de spotlights zetten.

Advertenties