Samuel


eritreanRuim 7.000 Eritreeërs vroegen vorig jaar asiel aan in Nederland en de tengere Samuel, die een sigaretje zit te roken op het hondenuitrenveldje achter de Blekersdijk, is er daar één van. Hij spreekt nauwelijks Nederlands, maar behoorlijk Engels en in die taal vraagt hij me of het veilig voor hem is met de op spelletjes beluste Blafmans, die steeds zo dicht in de buurt komt. Ik stel hem gerust en binnen enkele minuten zijn de jonge Eritreeër en mijn mechelaar druk met een tennisballetje in de weer. Als Blafmans even uitpuft, komt hij naast me zitten op het grote betonblok dat als bankje dient. Ik vraag hem waarom hij in Nederland is en wat hij hier zoal uitspookt, behalve rondhangen op een hondenveldje. ,,Ik was in Eritrea opgeroepen voor militaire dienst, maar daar had ik geen zin in. Ze kunnen je daar wel tien jaar vasthouden en als je ook maar een klein beetje kritisch bent loop je de kans om opgesloten en gemarteld te worden.’’ Ik weet weinig van Eritrea, behalve dat de oorlog met het grote buurland Ethiopië daar alweer zo’n 25 jaar voorbij is. ,,Dat klopt,’’ zegt hij. ,,Die oorlog heb ik niet eens meegemaakt. Nee, ik ben gevlucht omdat het regiem er onderdrukkend is en ik er geen toekomst meer voor mezelf zag. ,,Heb je die hier wel dan?’’ vraag ik. Samuel zucht diep en zegt: ,,Ik wil graag werken hoor… ik ben automonteur, maar omdat mijn asielaanvraag hier nog loopt,  mág ik niet werken. Mijn tijd hier is eigenlijk verloren tijd. Geloof me… ik vind Nederland een fijn land, maar ik verveel me rot en mis mijn familie in Eritrea enorm. ‘’ Ik vraag hem of een terugkeer er ooit nog in zit. Samuel kijkt me droevig aan: ,, Geloof me… wie daar de dienstplicht ontvlucht is krijgt geen warm welkom.’’
Als Blafmans en ik aanstalten maken om weer te vertrekken bietst Samuel niet, zoals ik eigenlijk verwacht had, om geld. Ik schaam me een beetje als hij zegt. ,,Bedankt voor het gesprek. Ik had al drie dagen met niemand gepraat.’’

Advertenties