Bus


kibbelingOp de vrijdagmarkt maak ik per ongeluk oogcontact met Bus, die met een grote bak kibbeling in z’n hand bij de viskraam staat. Hij is alweer jaren met pensioen maar ik ken hem nog als de voortdurend in plat Brabants mopperende buschauffeur uit mijn Sterrenburgse jeugd. Bus, die eigenlijk Bas heet, vindt zijn zelfverzonnen bijnaam het toppunt van humor. Ik heb geen zin in gezemel en wil doorlopen, maar met een handgebaar roept Bus me als het ware ‘op het matje.’
,,Ik heb iets voor je,’’ zegt hij, terwijl hij zijn kibbeling op de houten tafel voor de kraam zet. Ik veins oprechte belangstelling en wacht tot hij alle 23 zakken in zijn ouwe parka heeft doorgespit op zoek naar… tja, naar wat eigenlijk? ,,Hebbes,’’ zegt hij. Uit een binnenzak komt een papiertje tevoorschijn dat, terwijl Bus het demonstratief openvouwt, steeds vetter wordt.
Ik neem het plakkerige documentje aan en zie dat het een brief aan de afdeling bezorging van deze krant betreft. ‘Geachte mevrouw mijnheer, de nieuwe bezorger gooit de krant al dagen bij het verkeerde nummer in de bus. Wij wonen op 179 en niet op 177. Maar dat pokkewijf van hiernaast weigert de krant af te geven terwijl ik toch zeker weet dat ze niet geabonneerd is. Kunt u regelen dat dit zo snel mogelijk in orde komt?’
Ik overweeg nog even om Bus uit te leggen dat ik met de bezorging niks te maken heb, maar ik weet uit ervaring dat dit alleen maar op onbegrip zal stuiten. Vorige week moest ik van hem aan de Lidl doorgeven dat er een aanbieding niet klopte, de week daarvoor stond er ‘een onjuistheid’ in de zaterdagpuzzel, de strip Dirkjan vindt hij flauw en ranzig (,,Zeg dát maar tegen de tekenaar’’) en de sportredactie is, ‘veuls te negatief’ over zijn cluppie Feyenoord. Mijn verweren dat ik niet over de advertenties, de puzzel, de strips en de sport ga, werden steevast weggewuifd: ,,Gullie kenne mekaar toch allemaal… ‘fnie?’’
Volgende week maar even niet op vrijdag naar de markt, zo neem ik me voor… even een Bus-stop.

Advertenties