Nacht


nachtloopHet is nacht en ik slenter door de stad zoals ik dat vroeger zoveel vaker deed. Die heerlijke stilte na een hectische avond voelt dan ook vertrouwd aan. Ook in mijn stapjaren al had ik nog wel eens de neiging om ‘de kroeg van dienst,’ zomaar ineens in te ruilen voor een nachtelijk wandelrondje in de binnenstad. Ja, óók als het gezellig was… of nee, zo realiseer ik me ineens, júist als het gezellig was, kwam die aandrang om de eenzaamheid op te zoeken het vaakst bij me naar boven. Waarom ik dat had (en kennelijk nog steeds heb) weet ik eigenlijk niet. ‘Je moet een feest verlaten op het hoogtepunt, liefst nog voordat iedereen zit te gapen,’ zei mijn vader zaliger ooit en misschien is dát advies zich ongemerkt in mijn ziel gaan nestelen. Of komt het omdat mijn lichaam behoefte heeft aan een buffertje tussen die drukte van de kroeg en de stilte van mijn slaapkamer? Ik ben van nature tóch al een matig slaper, heb meestal ook genoeg aan een uurtje of vier en kan Morpheus’ armen al helemaal nooit vinden als mijn hoofd nog vol zit.
In het licht van de volle maan ligt de Nieuwe Haven er sprookjesachtig bij en als ik op de Lange IJzeren Brug even blijf stilstaan om mijn jas dicht te knopen, vertelt de Grote Kerk me dat het precies vier uur is. Shaffy zingt in mijn hoofd dat het ‘stil in Amsterdam’ is en ik zing binnensmonds terug dat het daar nooit zo stil kan zijn als in nachtelijk Dordt. Op de Vleeschouwersstraat betrap ik mezelf op een geeuw. Het is mooi geweest en ik besluit naar huis te gaan. Tot aan mijn voordeur kom ik geen levende ziel meer tegen en als ik de woonkamer binnenstap kijkt Blafmans me verontwaardigd aan. ,,Wat krijgen we nou, gaan we tegenwoordig zonder mij de hort op?’’
,,Oké… nog één rondje om de kerk dan,’’ hoor ik mezelf antwoorden op die niet gestelde vraag. Blafmans staat al buiten. Sommige Dordtse nachten zijn gewoon te mooi om in bed door te brengen.

Advertenties