Jay


hiphopJunglecommando, staat er in flitsende letters achterop zijn lange soldatenjas. Maar ook al kleedt hij zich als een guerrillastrijder aan de zijde van Ronnie Brunswijk, Jay is Antilliaan en, zo benadrukt hij grijnzend, geen Surinamer. ,,Ik zeg het er altijd maar even bij, want voor jullie Makamba’s is dat één pot nat.’’
Jay draagt verder een legerbroek met daarover een sweatshirt in camouflagekleuren en dáárover dus die al genoemde soldatenjas. Over zijn rastakapsel draagt hij een rode baret en zijn ogen gaan schuil achter een zonnebril met spiegelglazen. Die angstaanjagende façade verbergt een vriendelijke jongen die ik nog ken van de voetbalvereniging waar ik ooit zijn trainer was. ,,Hé coach,’’ roept hij me, ruim tien jaar na dato, nog altijd toe en ik kom naast hem staan in een portiekje op het Vrieseplein. ,,Heb je al een huis?’’ vraag ik hem, omdat ik weet dat hij, sinds een recente gevangenisstraf en een kortstondig verblijf onder de Zwijndrechtse brug, ‘her en der’ slaapt. Die drie maanden brommen waren een gevolg van winkeldiefstallen plus een opeenstapeling aan niet betaalde boetes wegens alcohol drinken op plekken waar dat niet mag. Sinds begin november is Jay weer vrij man en tref ik hem regelmatig op of rond het plein. ,,Nee, geen huis,’’ antwoordt hij. ,,Maar dat hoeft ook niet meer, want ik heb een baan.’’ Als ik hem vraag wat die baan behelst grijnst Jay breed en meeslepend. ,,Mijn tante op Curaçao werkt als bedrijfsleider in een hotel en zegt dat ik binnenkort bij haar aan de slag kan. Ik wacht nu alleen nog op het vliegticket dat ze me gaat opsturen en dan ben ik hier weg.’’ Ik vraag Jay in welke functie hij in dat hotel precies gaat werken en zijn grijns verandert in een onweerstaanbare lach. ,,Geen flauw idee, maar alles is beter dan dakloos in Dordt in december.’’
Gisteren ontving ik een mailtje van hem, mét foto. Jay heeft nu kort haar, draagt een zwarte broek met een wit overhemd en helaas nog altijd die afschuwelijke zonnebril met spiegelglazen. ‘Saludos van de nachtportier,’ heeft hij er bij getikt.’’

Advertenties