
Weer een column over een zwerver? Ik hoor het sommige lezers al denken. En dan zwijg ik nog maar over de vaste zolderkamerreaguurders op Facebook, die precies weten hoe een ander zijn leven moet inrichten. ,,Waarom schrijf je zo vak over die losers? Gevalletjes eigen schuld, dikke bult toch?’’
Mijn antwoord is simpel: Natuurlijk zijn er mensen die zichzelf de afgrond in hielpen met drank, drugs en domme keuzes. Maar dat geldt lang niet voor iedereen. Sommige levens brokkelen gewoon langzaam af.
Een nachtelijke wandeling met Blafmans bracht me op de Pottenkade. Op een bankje aldaar zat Sam… begin veertig, al had het leven minstens twintig extra jaren in zijn gezicht gekerfd. Zijn rugzak lag naast hem; een stille inventaris van alles wat ooit een thuis was. Hij stond op toen ik hem passeerde; een beleefdheidsreflex uit een tijd waarin hij nog gewoon ‘iemand’ was. We raakten in gesprek.
,,Ooit had ik werk,” zei hij. ,,En een toekomst. Ik woonde samen met mijn moeder, die onvoorwaardelijk in me geloofde. Toen ze overleed mocht ik niet in het huurhuis blijven en zo belandde ik na veel omzwervingen op straat.’’
Wat volgde was een verhaal over depressies en schulden en over vrienden die wegdreven als bladeren op de rivier.
Ik weet inmiddels dat Sam geen uitzondering is. Het aantal buitenslapers in Dordt groeit zichtbaar. Het is de rekening van dertig jaar marktwerking in de geestelijke gezondheidszorg: bedden verdwenen, instellingen sloten, hulp werd bureaucratie. Wie ooit achter muren werd opgevangen, slaapt nu op straat. ,,Weet je… het ergste is niet de kou. Daar wen je aan. Maar je went nooit aan het gevoel dat niemand je nog ziet.”
Bij het afscheid zei hij: ,,Tot de volgende wandeling dan maar?’’
Pas halverwege de Voorstraat voelde ik hoe verdrietig die woorden waren. Mijn wandeling was voorbij. Zijn nacht moest nog beginnen.
Daarom schrijf ik over mensen als Sam. Omdat iemand pas onzichtbaar wordt wanneer wij stoppen met kijken.