30 km


30-kmIk heb een auto, maar rij er niet vaak mee. Mijn werk speelt zich voor het overgrote deel af binnen de gemeentegrenzen en als ik niet loop of fiets, dan pak ik (ja, óók uit luiigheid) meestal mijn scootertje. Wat ik wil zeggen is dat ik zelden nog op vier wielen door de stad tuf. Als ik dat dan bij uitzondering wél doe, valt mij het volgende op. In zo’n beetje de hele stad mag je vandaag de dag niet harder dan 30. Op zich een prima regel, want met die snelheid komen eventuele klappen nu eenmaal minder hard aan en aangezien ik, zoals ik al aangaf, meestal zelf voetganger, fietser of snorscooteraar ben, bevind ik me, theoretisch gezien, meestal in de hoek waar eventuele klappen het hardst aankomen en dus vind ik het prettig als de auto’s om me heen niet te hard rijden. Even afkloppen trouwens, want er is me tot op heden in het verkeer nog nooit iets overkomen. Wat ik nou met eigen ogen waarneem is dat er eigenlijk maar heel weinig automobilisten, waar dan ook in de stad, écht onder de 30 blijven. Dat is trouwens nog niet eens zo makkelijk, aangezien 40 of 50 in een auto nu eenmaal een stuk prettiger en gemakkelijk rijdt… je moet als automobilist écht heel attent rijden om die 30 niet te overschrijden. Maar terwijl ik in mijn krant lees dat hardrijders het afgelopen jaar op de N3 (waar de limiet 80 is) massaal op de bon geslingerd zijn, hoor ik nooit iets over snelheidcontroles in 30 km-zones. Het is op zich mooi dat een gemeente zo’n limiet invoert, maar wat heb je er aan als je die niet of nauwelijks ‘handhaaft?’ Dat er op sommige ‘doorstroomroutes’ structureel te hard gereden wordt (harder dan 30 dus) begrijp ik nog wel, maar op heel veel Dordtse straten en straatjes waar nut en noodzaak van zo’n snelheidsbeperking het grootst zijn, gebeurt dat ook, terwijl daar zelden of nooit gecontroleerd wordt. Conclusie: de invoering van die 30-km-limiet is eigenlijk niet veel meer dan een ‘papieren’ maatregel.

Advertenties