Eeuwig nu


dementie2Harm is onzichtbaar. Nee, niet letterlijk, maar feit is dat bijna niemand hem lijkt op te merken. De broodmagere zeventiger loopt, met hulp van een rollator, altijd dicht langs de gevels, praat in zichzelf en kijkt verbaasd om zich heen. Hij lijkt angstig, maar ik weet dat hij dat niet is. Net zoals ik weet dat hij het eigenlijk wel prettig vindt om onzichtbaar te zijn.Harm heeft genoeg aan zijn eigen wereld en geen behoefte aan een praatje. Voor mij maakt hij soms een uitzondering, nou ja… eigenlijk voor Blafmans, die een welhaast magische aantrekkingskracht op hem uitoefent. Dat ik me toevallig aan de andere kant van de hondenriem bevind, is hooguit een wat hinderlijke bijkomstigheid. Dankzij mijn viervoeter raakten we, zo’n anderhalf jaar geleden, voor het eerst in gesprek en zo kwam ik er stukje bij beetje achter dat Harm bijna letterlijk opgesloten zit in ‘het nu.’ Het is een vorm van Alzheimer, zo legde zijn vrouw me ooit uit. Voor Harm is gisteren nog nét niet verdampt en met ‘de dag van morgen’, laat staan met zoiets abstracts als de toekomst, kan hij zich al helemáál niet bezig houden. Harm leeft dus volcontinu ‘in het moment’ en dat levert bijzondere dialogen op.
,,Hoi Harm, hoe gaat het?’’
Harm heeft louter oog voor Blafmans en antwoordt zonder op te kijken: ,,Goed. Het is koud, maar de zon schijnt lekker.’’
,,Wat ga je doen vandaag?’’
,,Wandelen.’’
,,En dan?’’
,,Dan ga ik eten.’’
,,Wanneer?’’
,,Straks.’’
,,Wanneer is straks?’’
,,Dat weet ik niet… als ik thuis ben.’’
,,Wanneer ga je naar huis?’’
,,Nu.”
Harm loopt alweer.
,,Tot ziens Harm.’’
,,Ja, dag hoor… dááág Blafmans.’’
Ik kijk hem na, de man van wie ik inmiddels weet dat hij ooit een begenadigd leraar wiskunde was. Hij woont vlakbij en ik zie in de verte dat zijn vrouw bij de voordeur al op hem staat te wachten. Ze is ‘op’, zo vertelde ze me onlangs, maar wil haar man, die sinds kort op de wachtlijst staat voor een plekje in een verzorgingshuis, ook weer voor geen goud missen. Dat stemt me droevig.

Advertenties