Ikran


somaliaDe donkere jongen met de grote ogen kijkt angstig als ik de riem van Blafmans los maak op het uitlaatveldje achter de Blekersdijk. Hij maakt aanstalten om weg te gaan, maar ik verzeker hem dat hij veilig kan blijven zitten. Als hij even later ziet welke capriolen mijn hond uithaalt om een door mij geworpen frisbee te pakken te krijgen, schiet hij op kinderlijke wijze in de lach. Even later zit hij zelf te gooien.
Terwijl Blafmans rent, neem ik naast hem plaats op het betonblok dat als bankje fungeert. Ik vraag hem naar zijn naam en in een mix van redelijk Engels en matig Nederlands vertelt hij me dat hij Ikran heet en dat hij uit Somalië komt. ,,Mijn ouders wonen nog in Mogadishu. Ik bel ze elke week, héél kort. Ik mis ze en ze missen mij ook, maar tóch willen ze niet dat ik terugkom, want áls ik dat doe moet ik het leger van Al-Shabaab in en daar ben je echt je leven niet zeker. Trouwens, ik wíl helemaal niet op landgenoten schieten. Ik wil gewoon in vrede leven, het liefst in mijn geboorteland, waar ik de garage van mijn vader zou overnemen. Ik volgde daar al een opleiding voor… voor automonteur, totdat het leger mij probeerde in te lijven. Toen ben ik gevlucht, eerst naar Kenia, vervolgens naar Zuid-Afrika en later, via Griekenland, naar Nederland. Nu woon ik in een asielzoekerscentrum in Limburg’’
Ik vraag Ikran wat hij in Dordt komt doen en hij zegt: ,,Mijn neef woont hier. Gisteren is hij me komen ophalen vanwege een bruiloft. Pas na het weekend moet ik me weer in Limburg melden. Dat is verplicht, omdat ik nog geen verblijfsvergunning heb, maar als ik die krijg kom ik hier wonen… bij mijn neef. We willen in Dordrecht samen een garage beginnen.’’
,,Als dát lukt zal je vader wel trots zijn,’’ antwoord ik. Ikran slikt even iets weg, aait Blafmans die nu aan zijn voeten ligt en zegt: ,,En dan krijgt ú korting.’’
Nu ben ik even stil. Soms hoop je zó dat dromen uitkomen.

Advertenties