Zuur


zuurAanvankelijk herkende ik hem niet, mijn voormalige buurman B., met wie ik een moeizame relatie had. Ik zie hem sjokken achter een rollator en constateer dat hij geen schim meer is van de grote knorrepot, voor wie de halve straat vroeger liever een blokje om liep. Het was destijds de kunst om B. zoveel mogelijk te mijden en lukte dat een keertje niet, omdat je nét op hetzelfde moment je voordeur binnen liep, dan was het zaak om vooral geen oogcontact te maken, want B. had altijd wel iets te mopperen: ,,Zeg die auto van jou, die mag je wel eens een keer wassen en die half kapotte brievenbus is ook geen porum. Wanneer ga je daar nou eens wat aan doen?’’
Ik woonde nét op mezelf en B. was kort daarvoor met vervroegd pensioen gegaan, waardoor hij voor het eerst in zijn leven een overschot aan tijd te doden had. Dat deed hij door zich met zijn hele ziel en zaligheid op het uiterlijk van zijn domicilie te storten. Alles moest perfect zijn: kozijnen strak in de lak, schuurtje in de beits en nieuwe tegels in zijn tuintje, waar plantjes en tuinkabouters in bijna militaire rangorde werden opgesteld. Ik werd gek van hem, want je kunt ook tè lang schuren, beitsen en poetsen en hij ergerde zich aan mij omdat mijn plantloze achterplaatsje, mijn krakkemikkige schuurtje, mijn voordeur, mijn auto en mijn voorkomen (zorgeloze lange slungel met lang haar) bij lange na niet aan zijn standaard voldeden. Mijn enige ‘troost’ was dat hij het niet alleen op mij voorzien had… alle andere buren deugden gelukkig ook niet.
Mijn ouwe buurman staat inmiddels de groenteboer uit te foeteren. ,,Je druiven zijn zuur en duur,’’ snauwt hij hem toe. ,,Je bent zelf zuur,’’ grapt de kraamhouder terug. B. kan er niet om lachen en beent boos weg. ,,Lekkere vent is dat,’’ zegt de groenteboer nu tegen mij. ,,Je zal er toch naast wonen.’’
Ik lach van binnen en bestel druiven. ,,Eerst even proeven zeker?’’ vraagt de groenteman op cynische toon.
,,Niet nodig hoor,’’ luidt mijn antwoord.

Advertenties