Harry


drunk2,,Nee joh, ik ben helemaal geen zwerrevurt,’’ zegt Harry, die al sinds jaar en dag, liefst zo onopvallend mogelijk, op het eiland rondhuppelt. Dat lukt niet echt, want hij draagt altijd hetzelfde versleten driedelige pak met daaronder slippers zonder sokken, dus bepaald anoniem gaat hij nou ook weer niet door het leven. ,,Ik heb een huis hoor… in de Vogelebuurt, alleen daar kom ik bekant nooit, want van binnen zitten word ik onrustig. Het liefst ga ik de straat op; biertje halen bij de Bas of de Spar en dan gewoon erreges lekker zitten en mensen kijken.’’
Harry, die meestal op of rond het Vrieseplein te vinden is, prefereert vandaag de lange houten bank op het Statenplein. ,,Weet je wat het is? Die Antilliaanse clan, die tegenwoordig weer op het Vrieseplein is neergestreken, vind ik veulste lawaaiig. En nee, da’s écht niet racistisch bedoeld hoor… er zitten best aardige gassies tusse, maar ik versta ze niet en ze schreeuwen mij te hard. Daar had ik nu effe geen zin in.’’
Ik neem naast hem plaats omdat ik wil weten hoe het met zijn gezondheid gaat. De laatste keer dat ik Harry zag, een maand of drie geleden, was hij namelijk in elkaar gezakt voor de deur van de supermarkt en werd hij per ambulance afgevoerd. ,,Wat was er toen eigenlijk gebeurd?’’
Harry steekt de sigaret aan die hij van me gebietst heeft, blaast parmantig een kringetje rook uit, neemt een ferme slok van zijn halve literblik bier en zegt dan. ,,Tja… ineens ging het licht uit. Het bleken mijn medicijnen te zijn. De gaan kennelijk niet samen met drank.’’
Ik kijk verbaasd en zeg:  ,,Maar zo te zien ben je niet gestopt met drinken.’’
Harry kijkt me nu licht gepikeerd aan. ,,Een mens mot keuzes maken toch?’’
In de verte klinkt de sirene van een ambulance. ,,Daar zal je ’t al hebben’’, zeg ik. ,,Ze komen je nu preventief ophalen.’’
Het was een grapje, maar Harry kan er niet om lachen. ,,Ik ben pleite,’’ roept hij nog, alvorens een geslipperd sprintje te trekken richting de Kloostertuin.

Advertenties