Hoop


hoop,,Bij De Hoop ruil je de ene verslaving in voor de andere.’’ Nee, niet mijn woorden, maar wél de woorden van diverse mensen uit de verslavingszorg, die ik in de loop der jaren over hun vakgebied en over de ‘behandelmethode’ van deze evangelische hulpverleningsinstelling gesproken heb. Daar zal ongetwijfeld wel iets van ‘jalousie de métier’ of misschien wel enige beroepsblindheid voor ‘de eigen methode’ in doorklinken, want er zijn nu eenmaal veel visies op verslavingszorg… volgens mij zijn er diverse wegen die naar Rome leiden, maar zullen er ook altijd ‘Rome-gangers’ zijn die naar nooit aankomen. Zelf denk ik overigens helemaal niet zo negatief over de ‘methode’ De Hoop, want als ik puur naar de feiten kijk, kan ik alleen maar tot de conclusie komen dat de aanpak van deze instelling al decennia zijn vruchten afwerpt. Ik ken persoonlijk diverse mensen die na een verblijf in ‘Het Dorp’ (aan de Provincialeweg), alweer jaren ‘steady’ en vrij van verslaving door het leven gaan en het gros van die mensen gaat écht niet gebukt onder de een of andere vorm van godsdienstwaanzin. ,,Er werd tijdens mijn behandeling wel degelijk over de kracht van het geloof gesproken, maar ik heb me daar nooit tot wát dan ook verplicht gevoeld. Laten we zeggen dat ‘het aanbod’ er lag, maar daar hoefde je zeker geen gebruik van te maken’’, zo vertelde mij een voormalig verslaafde, die ik ooit over dit onderwerp interviewde. Los van mijn persoonlijke (positieve) visie op De Hoop zal ik geen traan laten over het voornemen van deze instelling om haar bezittingen op de Spuiweg van de hand te doen. Waarom? Omdat ik vind dat de ‘verHOOPing’ van de Spuiweg de herontwikkeling van deze belangrijke toegangsweg naar de binnenstad al jaren in de weg staat. Dat klinkt wellicht wat tegenstrijdig omdat De Hoop, júist door daar in het verleden veel panden aan te kopen, een verdere verloedering van deze, ooit zo gerenommeerde woon/winkelstraat, heeft voorkomen. Of de Spuiweg op een dag weer de ‘statuur’ krijgt die het eens had, kunnen we alleen maar hopen. ‘God only knows’, zeg maar.

FOTO: HENK VEENSTRA

Advertenties