Betrapt


old-man,,Bent u hem?’’ vraagt de man met wie ik onder het afdakje voor het voormalige belastingkantoor sta te schuilen. De enorme plensbui, die ons kort daarvoor overvallen had, houdt al minuten lang aan en de oudere heer naast mij, overduidelijk niet van plan om zijn wachttijd in gelaten zwijgzaamheid door te brengen, heeft zijn volledige aandacht nu op mijn persoontje gevestigd. Hij blijft me, inmiddels zittend op zijn rollator, dan ook strak en doordringend aankijken in afwachting van het verlossende antwoord. Maar ik, groot voorstander van in ledigheid wachten, heb nog even geen zin om hem zó snel al uit zijn lijden te verlossen.
,,Wie moet ik zijn dan?’’ luidt mijn plagerige tegenvraag. Die repliek had hij kennelijk niet verwacht, want ik hoor hem lichtjes kreunen terwijl hij nadenkt over zijn vervolgvraag. ,,U weet wel…’’, zegt hij, nu merkbaar geïrriteerd. Ik trek demonstratief twee wenkbrauwen omhoog en zeg: ,,Sorry hoor, maar ik heb geen flauw idee wat u bedoelt.’’
Ik zie de man naast mij nu rood aanlopen. De oorverdovende stilte die volgt duurt hooguit vijf seconden, maar voelt aan als een eeuwigheid. Dan zegt hij, op quasi-boze toon: ,,Ja, bént u hem nou of niet? U bent hem toch?’’ Ik moet me inhouden om nu niet hardop in de lach schieten, maar ik beheers me en kijk de man met gespeeld bedremmelde blik aan. Dan volgt mijn bekentenis: ,, Ja, ik geef het toe… ik bén hem.’’
De man slaat nu opgelucht op zijn knie en zegt: ,,Ik wíst het wel.’’
Ik zwijg en wacht op het onvermijdelijke. Ik krijg nu vast te horen dat hij mijn columns stomvervelend of  juist ‘best geinig’ vindt en hij eindigt ongetwijfeld met de zin: ,,Weet je waar je nou eens een stukje over moet schrijven?’’
Het is gestopt met regenen. De man staat op, kijkt me recht in de ogen en zegt: ,,U kunt natuurlijk wel van alles beweren, maar volgens mij bent u hem tóch niet hoor.’’
Terwijl hij wegloopt kijkt hij me bestraffend aan. Ik voel me eh… betrapt, al weet ik eigenlijk niet waarop precies.

Advertenties