Rondjes


kees-thies, columnist3Nee, ik bén niet blasé, hoor ik mezelf hardop roepen als ik aan een nieuwe column begin. Want ja, ik zit nu eenmaal al behoorlijk lang in dit vak en ben me bewust van het feit dat het gevaar dan op de loer ligt dat je de gebeurtenissen om je heen gaat afdoen met een licht schouderophalen. ‘Seen it, been there, got the T-shirt’… zoiets dus.
Werken in de journalistiek heeft nu eenmaal veel weg van rondjes draaien in een tredmolen: er komt altijd wel weer een verkiezing aan, er ligt altijd wel weer een nieuwe en (héél gek) ‘sluitende’ begroting ter inzage, er begint altijd wel weer een nieuwe competitie, met een nieuwe, veelbelovende spits of een trainer die het allemaal weer ‘heel anders’ gaat aanpakken, een ondernemende jongeling gaat ergens iets beginnen, een raadslid stapt op, een wethouder wil een stempel drukken op de eeuwigheid door een postkantoor of een monumentale brug te slopen, een deskundige kondigt een horrorwinter aan of vindt dat het onderwijs ‘op de schop’  moet, Max draagt weer een geinig nieuw jurkje als ze dinsdag de koets instapt en die andere Max rijdt ergens op de wereld ongetwijfeld weer razendsnelle rondjes tot z’n motortje poef zegt.
Maar blasé… hell no. Dat gaat me niet gebeuren, zo nam ik mezelf voor toen ik – enkele jaren geleden alweer – mijn duizendste column voor deze krant produceerde in de hoop dat niemand daar ‘een momentje’ van zou maken onder het motto: zó gast, dat waren er duizend, daarin heb je elk mogelijk onderwerp in stad en streek wel een keer aangestipt, dus héél snel opzouten, voordat je zelf oud nieuws wordt. En nu is nummertje tweeduizend alweer in zicht (december) en voel ik me gelukkig nog lang niet uitgeschreven en afgeschreven. Ik verheug me op wederom een nieuw rondje ‘Dordt en de rest van de wereld in columns’ en blijf  ‘all the news that’s fit to print’ op de voet volgen. Hé kijk nou… Goedele geeft in mijn krant het startsein voor een hernieuwde speurtocht naar de clitoris. We blijven hoopvol zoeken.

Advertenties