3,1 miljoen bezoekers, maar ze slapen thuis


Zelden was een bouwput zó lang in voorbereiding als die aan het Vrieseplein. Zeventien jaar lang was dit braakliggende stukje grond vooral een dossier: een verzameling bezwaren, procedures, vergunningen en uitgestelde beloftes. Menig Dordtenaar heeft het geplande hotel inmiddels in dezelfde categorie geplaatst als de yeti; iedereen kent het verhaal, niemand heeft ’m ooit gezien.
En toch lijkt het er nu echt van te komen. Dat beschouw ik als goed nieuws. Niet alleen voor de ontwikkelaar die eindelijk eens iets anders kan doen dan procederen, maar vooral voor Dordrecht zelf. Want bijna gelijktijdig verscheen ook het bericht dat onze stad vorig jaar maar liefst 3,1 miljoen toeristen trok.
Mensen komen hier winkelen, eten, struinen door de historische havens en verdwalen in steegjes. Zo ontdekken ze dat Dordt zich, qua monumenten en doorkijkjes, kan meten met steden als Delft, Haarlem en Amsterdam.
Feit is echter dat ze daarna vaak weer in de auto stappen. Dááág dagjesmensen.
En daar zit ’m precies de uitdaging.
Dordtse ondernemers verdienen centjes aan bezoekers die een middagje komen koekeloeren, maar véél meer nog aan gasten die daadwerkelijk blijven slapen, die ’s avonds nog een terras of een restaurantje pakken, de volgende ochtend ontbijten en wellicht nog een museum bezoeken of een rondvaart maken. Ik noem maar wat mogelijkheden.
En daarvoor heb je dus hotelkamers nodig.
Misschien is dát wel de mooiste gedachte achter dit hotel. Namelijk wat het symboliseert. Dat Dordt langzaam ophoudt zichzelf te onderschatten. Dat we niet langer denken als een stad waar je even doorheen wandelt, maar als een bestemming waar je graag nog een nachtje aan vastplakt.
Natuurlijk geloof ik het pas helemaal als de eerste heimachine daadwerkelijk de grond in gaat. Na zeventien jaar gezemel zeg ik, net als zóveel Dordtenaren: eerst zien, dán geloven.
Want Dordrecht was jarenlang misschien wel het mooiste geheim van Nederland.
Alleen, geheimen zijn er uiteindelijk niet om verborgen te blijven, maar om onthuld te worden.

Plaats een reactie