‘Hier wordt het lelijk… kom Mien, we gaan terug’


Grote Markt2Ach ja, de Grote Markt. Al zo lang ik deze column schrijf is deze, laten we zeggen wat moeizame plek, ongeveer twee keer per jaar onderwerp van gesprek tijdens de een of andere informatie- of discussieavond. Trouwens, ook het nabij gelegen ‘Tolbruggebied’ (het Tolbrugkamp en de Tolbrugstraat Waterzijde, die in de volksmond ook wel de zeiksteeg genoemd wordt) is een, op z’n zachts gezegd, wat ongelukkig stukje stad.
De Grote Markt is zo’n typisch project uit de jaren zestig toen stadsbestuurders nog vol goed bedoelde, maar meedogenloze saneringsdrift zaten. Eerst slopen dan iets nieuws neerzetten, was destijds het bijna Roemeens aandoende credo en zo werd dus het jaren zestig kindje Grote Markt verwerkt en gebaard. Het is nooit een mooie baby geworden… van de Grote Markt wordt een mens licht depressief: er staan wat lelijke flatjes om een lelijk parkeerterrein heen en dát is het eigenlijk. Tot een jaar of twaalf geleden stond de Grote Markt in ieder geval nog twee keer per week in de publieke belangstelling, toen het nog een ‘uitloper’ van de vrijdagse en zaterdagse markt was, maar sinds de verhuizing van de weekmarkt naar het Statenplein fungeert de Grote Markt nog louter als blikstalling en erger nog als toeristenbarricade. Jawel, barricade, want Grote Markt en ‘Tolbruggebied’ liggen namelijk precies tussen de ouwe binnenstad en het historisch havengebied in, maar dat weten eigenlijk alleen mensen die de stad een beetje kennen. Dagjesmensen die De Waag of de Tolbrugstraat op lopen denken ,,Hé, hier wordt het lelijk, dus hier is het kennelijk afgelopen. Kom Mien, we gaan weer terug.’’
Hoe los je dit op? Voor een hernieuwde grootscheepse renovatie is het simpelweg de tijd niet, want daar is nauwelijks geld voor. Maar wat dán? Blijven praten en soebatten? Dat doen we nu al ruim een decennium lang en het schiet geen meter op. Begin nou gewoon eens met een overdreven ‘bewegwijzering.’Doe dat desnoods met een op straat geschilderde rode loper en met gigantische canvasborden op die foeilelijke gevels, met daarop uitnodigende afbeeldingen van dat schitterende havengebied. Eerst die toeristen maar eens goed ‘bedienen’… de rest komt later wel.

Advertenties