Raadswerk: hoe hou je het aantrekkelijk?


gementeraadTwee columns schreef ik vorige week over het werk van gemeenteraadsleden. In eerste instantie wierp ik de vraag op of ‘langzitters’ met al hun kennis en ervaring een zegen zijn voor een gemeenteraad of dat ze de boel juist blokkeren voor jeugdig politiek talent? Daarbij vroeg ik me af of er wellicht geen maximum-termijn zou moeten komen voor raadsleden zodat het fenomeen ‘plucheplakker’ (je ziet ze nog al te vaak in kleine, christelijke gemeentes) tot het verleden gaat behoren? Daar is veel over gediscussieerd de laatste dagen en in het verlengde van die beide ‘stellingen’ kwam ik tot de vervolgvraag: is raadswerk vandaag de dag niet dusdanig gecompliceerd en tijdrovend geworden dat het eigenlijk te zwaar is om ‘erbij’ te doen? En naar het zich laat aanzien wórdt het allemaal nog een stuk ingewikkelder aangezien veel zorgtaken volgend jaar naar de gemeentes gaan. Uit een enquête onder duizenden raadsleden (in opdracht van NRC) blijkt dat ruim 90 procent van de raadsleden in Nederland de werkdruk te hoog vindt. Een gemiddeld gemeenteraadslid in een middelgrote stad is zo’n 15 tot 25 uur per week met raadswerk bezig. De maandelijkse vergoeding die daar tegenover staat ligt, in een gemeente als Dordrecht (ca 120.000 inwoners) op zo’n vijftienhonderd euro bruto per maand. In de overige, kleinere Drechtstedengemeenten is dat maandbedrag de helft daarvan of minder en vooral dáár wordt het  dan ook steeds moeilijker om mensen te vinden die bereid zijn om in een gemeenteraad te gaan zitten.
Veel raadszetels (juist in die kleinere gemeentes) worden de laatste jaren dan ook ingenomen door ‘vutters’ en pensionado’s die nu eenmaal méér tijd te besteden hebben. Gevolg: raadszalen in Nederland vergrijzen en gemeenteraden zijn steeds minder een zuivere afspiegeling van de samenleving, waardoor de afstand tussen burger en politicus alleen maar (nog) groter wordt. Hoe kan raadswerk aantrekkelijk blijven en hoe kan voorkomen worden dat de werkdruk alleen nóg maar hoger wordt zonder aan kwaliteit (lees: kennis) in te boeten? Ik ben benieuwd hoe raadsleden in stad en regio hier tegenaan kijken en ik kom er later graag, ‘geladen’ met hún en natuurlijk uw inzichten, op terug.

Advertenties