‘We moeten véél harder scheeuwen…’


MechelDe verstandelijk gehandicapte en altijd vriendelijke Hans dringt zich nooit op. Terwijl ik bij een vijver in De Elzen met drie mensen tegelijk sta te praten heeft hij zich bescheiden in mijn ooghoek opgesteld en wacht rustig af tot ik uitgebabbeld ben. Pas als de andere hondenbaasjes weg zijn, schuifelt hij resoluut mijn kant op, maar zegt niets. ,,Is er iets?’’ Hans blijft zwijgen en ik weet dat ik nu niet moet aandringen. Blafmans komt zojuist de bal terugbrengen en Hans mag gooien… liefst zo ver mogelijk de vijver in. Als mijn viervoeter met een bommetjesplons te water gaat schiet Hans niet in die onbedaarlijke lachstuip die ik van hem gewend ben en dus vraag ik hem op de man af: ,,Je wilde wat zeggen toch? Is er iets ergs gebeurd?’’ Hans, die zelden iemand recht in de ogen kijkt, blijft mistroostig naar Blafmans in de vijver staren en zegt: ,,Wout is weg.’’
Ik weet over wie hij het heeft, namelijk over de hond van zijn buren, die hij elke middag mag uitlaten in de Elzen, op loopafstand van zijn ouderlijk huis. Wout is een lieve Labrador op leeftijd die altijd keurig naast Hans blijft lopen en er niet over piekert om achter welk balletje dan ook aan te rennen. Dat vindt Hans niet erg, want balletjes gooien doet hij wel met Blafmans, terwijl Wout dan meestal even de stramme benen strekt in het modderige gras. Maar niet vandaag, want Wout is in geen velden of wegen te bekennen en Hans kijkt nog steeds droevig. Ik stel voor om samen op zoek te gaan en hij veert helemaal op. Ruim een half uur lang struinen we het bos af terwijl we om beurten héél hard ‘WOUT!!!’ roepen. Dan ineens stopt Hans en zegt: ,,We moeten véél harder schreeuwen.’’
,,Hoezo?’’ vraag ik. Hans kijkt naar de grond en zegt: ,,Omdat Wout in Spanje zit… hij is op vakantie met z’n baas.’’
Boos worden is geen optie, dus schiet ik in de lach. ,,Lekkere bosmongool ben jij.’’
Hans kijkt quasi beledigd. ,,Dat mag je helemaal niet zeggen… ik ben een downie.’’

Advertenties