‘Fietsen gaat nog wel, maar die trap hè?’


bikeIn mijn ooghoek zie ik haar aanmodderen met die loodzware zwarte opoefiets… een originele, niet die goedkope Gamma-kopie waar middelbare scholieren tegenwoordig op fietsen. Een metertje, misschien twee omhoog op de steile trap onderaan de Zwijndrechtse brug en dan met een rotvaart weer gedwongen omlaag. Nóg een poging… wéér mis, want te weinig kracht en dus niet genoeg vaart. Ik schat haar in op een jaar of tachtig, hetgeen ze beaamt als we samen bovenop de brug staan mét de Gazelle die ik voor haar naar boven geduwd heb. Niet dat ik nou specifiek naar haar leeftijd geïnformeerd had, maar ze wierp zelf de vraag op, nadat ze me verteld had op weg te zijn naar haar zuster in Heerjansdam. ,,Hoe oud denk je dat ik ben?’’  Ik lieg er elf jaar af, die zij er trots weer bij op telt en mijn beleefdheidsrepliek  (,,Je zou het u niet geven’’) wuift ze lachend weg.
Da’s nog een eind fietsen naar Heerjansdam,’’ zeg ik op quasi-bezorgde toon. ,,Valt reuze mee hoor… gewoon een kwestie van gestaag doortrappen. Ik doe het al jaren, want mijn zus, die al 88 is, kan bijna niet meer lopen en dus help ik haar met de boodschappen en stof ik de keukenkastjes af waar ze niet meer bij kan. Nee, dat fietsen gaat nog best, maar die verrekte trap hè? Vorige week lukte het nog, al was het toen ook maar nét an. Ik had beter moeten weten, maar nu rij ik voortaan wel om. Die paar minuutjes extra kunnen er ook nog wel bij.’’
,,U kunt natuurlijk ook een lichtere fiets kopen… of een elektrische’’ werp ik op, maar daar wil ze niks van horen. ,,Ik heb deze al vijftig jaar en hij heeft me nog nooit in de steek gelaten. En zo’n ‘elektrieke’ mot ik helemaal niet hebben. Daar krijg je maar ongelukken van en slappe benen.’’
Als ik even later de trap af loop met in mijn hand een euro die ik niet mocht weigeren en in mijn mond een boterbabbelaar, voel ik me héél eventjes 13 en ligt de wereld voor me open.

Advertenties