Een column die ik eerder had moeten schrijven


vuilnisman-draait-doorTegen een bezem leunen, noemden we het en soms was het dat ook. Maar niet altijd, want er moest ook wel eens een hele Mauritsweg worden ‘gepoetst,’ waar altijd wel een controleur stond te gluren. Als de ‘Gestapo’ dan weer weg was doken we vervolgens het Weizigtpark in, voor een kwartiertje ‘onzichtbaarheid’ met koffie en een sjekkie.
Het waren mijn mooiste vakantiebaantjes, destijds bij de Gemeentereiniging: elke zomer, vier weken achtereen achter zo’n welriekende kiepwagen (stoer), bezemend vóór een veegkar (lullig) of afvalcontainers schoonschrapen bij het slachthuis (pech). In het verschiet lag dan nog een hele lange, zelfverdiende vakantie.
Mijn beste maatje bij de Gemeentereiniging was Freek. Voor hem was het geen vakantiebaantje, maar gewoon ‘voor altijd.’ Daar zat hij niet mee, want hij was trots op zijn werk en voelde zich prettig bij de ‘vastigheid’ die een gemeentelijke functie toen nog met zich meebracht. Freek deed niet mee aan de grappen die sommige vaste krachten graag uithaalden ten koste van werkstudenten. Twee pesterijen waren populair: wegrijden met de veegwagen als je, ergens in Wielwijk, een straatje stond te vegen, zodat je met bezem en al de stadsbus in moest om, op tijd voor het tweede dagdeel, in de kantine aan de Baanhoekweg te verschijnen, óf een volle vuilniszak die je in de laadbak wilde werpen ‘uit de lucht’ meppen. Die plofte dan open op de weg zodat je met veger en blik aan de slag moest, terwijl de wagen alweer langzaam verder reed. Maar niet als Freek achter het stuur zat. Hij tolereerde niet dat er gesold werd met vakantiewerkers en dus verliepen de dagen met hem altijd probleemloos. ,,Ik ben juist blij met werkstudenten,’’ vertelde hij me. ,,Van hen weet ik namelijk zeker dat ze later nooit zullen neerkijken op vuilnismannen.’’ Van Freek leerde ik wat respect is.
Van de week hoorde ik dat hij er niet meer is. Hij is 87 geworden, acht keer opa en vredig in zijn slaap gestorven. Een mooi einde, al zit het me dwars dat ik deze column pas schrijf op een dag dat hij hem niet meer kan lezen.

Advertenties