Terug naar Kayseri


fruitNog altijd komt hij elke vrijdag op de markt. Het liefst zo laat mogelijk, als groente en fruit voor minieme bedragen ‘doosgewijs’ van de hand gaan. ,,Neem maar mee, de hele doos voor één euro. Nee, niet gaan lopen afdingen, want je weet best dat het bijna voor niks is. Wat zeg je… 50 cent? Ja hallo, dan pleur ik het nog liever weg hoor.’’ Onderhandelingen tussen Nederlanders kooplui en Turkse koopjesjagers verlopen zelden fijngevoelig op de markt.
Ik zie hem staan bij de poller in de Nieuwstraat, waar hij zijn opgestapelde voorraad aan overrijp fruit bewaakt in afwachting van zijn zoon Murat, die de auto is gaan halen. Waarom Burak nog altijd zo veel fruit koopt is me eerlijk gezegd niet duidelijk, aangezien hij, sinds het overlijden van zijn vrouw, alweer een jaar of wat moederziel alleen leeft. Zijn vijf kinderen wonen, met uitzondering van Murat, al lang niet meer in Dordt. Ik ken Burak uit de tijd dat ik mijn eerste huurwoning betrok in een straat waar de voertaal overwegend Turks was. Bijna elke vrijdagavond belde hij daar bij me aan en overhandigde me dan een kistje met fruit. ,,Jij gezond leven,’’ luidde dan zijn verbale bijsluiter en meestal dook er dan nog wel een of ander gemeenteformuliertje op dat ik voor hem moest invullen. Mijn jonge buurman van toen is inmiddels drie keer opa en vertelt trots over zijn nazaten. We staan al kletsend van een mandarijntje te genieten als Murat komt voorrijden. Ik help met inladen en bij ons afscheid vertelt Burak me dat we elkaar misschien wel nooit meer zullen zien. ,,Mijn zoon heeft vrouw én baan gevonden in Kayseri. Ik ga bij hém wonen.’’
Na veel geschud van handen, geklop op schouders en de belofte dat ik ooit een keer langs kom, zwaai ik vader en zoon uit. Bij mijn voeten staat een kistje met meloenen en in mijn hand zit een kaartje met daarop de Turkse adresgegevens van Murat. Ik lach een traantje als ik het tekstje lees dat Burak op de achterkant heeft gekrabbeld. ‘Jij gezond leven. Vrouw ook.’

Advertenties