Parkverbod


drunkOmdat onze blikken elkaar al hadden gekruist heeft vluchten geen zin meer. Ik probeer het nog wel door mijn mobieltje tevoorschijn te halen en vervolgens al druk weglopend te doen alsof ik een gesprek aan het voeren ben, maar Eef haalt me in en tikt indringend op mijn schouder. Aangezien ik slecht acteer met priemende ogen in mijn rug, draai ik me om voor het onvermijdelijke. Ik weet namelijk al wat Eef gaat zeggen. En jawel hoor… hij zegt het ook: ,,Weet je wáár je nou eens een stukkie over moet schrijven?’’ Ik veins belangstelling en Eef, ondanks het vroege tijdstip al niet meer helemaal nuchter, haalt een verfrommeld papiertje uit zijn broekzak, strijkt het glad op de vettige tafel van de viskraam en overhandigt het mij plechtig. Het blijkt een bekeuring te zijn. Ik kijk Eef aan en zeg: ,,Oké, je bent in het Merwesteinpark op heterdaad betrapt met bier en nu heb je een boete én een parkverbod.’’
Eef kijkt bedremmeld en zegt: ,,Snap jij dat nou? Ik zit daar gewoon lekker op een bankje van de hertjes te genieten, staat er ineens een agent naast me die het op mijn pilsie gemunt heb. Ik zeg afblijven vriend, anders gaan er rare dingen gebeuren. Toch pakt ‘ie m’n blikkie af en zegt: als je een boete wilt voorkomen geef je me nu toestemming om dit leeg te gooien. Maar ik gaf helemaal nergens geen toestemming nie voor, dus ik pak mijn biertje terug en begin te drinken. In zes slokken was het op, ik gooi het lege blikkie keurig in een prullenbak en zeg: zó kan het toch ook Bromsnor? Blikkie leeg, geen druppel verspild, niks aan het handje. De groeten aan je moeder. Ik wil weglopen… houdt hij me tegen en begint ‘ie een prent uit te schrijven. Da’s toch puur onrecht?  Ik ruim altijd de rommel op in dat park… ook die van anderen. Ken je daar geen kollumpie over schrijven? Die boete wordt me dan vast wel kwijtgescholden.’’
Ik heb er een hard hoofd in, maar beloof Eef wel zijn ‘kollumpie.’

Advertenties