Sjoggen


swim to fightEn nu behoor ik tot die categorie middelbare heren met licht overgewicht die proberen er tóch nog iets van te maken. Het buikje klotst nog wat al mogen de kuiten, weliswaar hagelwit, er nog best zijn. Helaas overstemt mijn gehijg het loopmuziekje op mijn iPhone en ben ik al drie keer ingehaald door een scootmobiel. En tóch doe ik het, sinds een week: waggelen over de Wantijdijk om weer een tikkie in conditie te komen. Waarom? Tja, vooral vanwege mijn eigen grote mond eigenlijk, want na twee jaar de City Swim te hebben gepresenteerd (de beste smoes om niet te hoeven meezwemmen) heb ik rondgebazuind volgend jaar op de Kuipershaven als deelnemer van de 1,5 kilometer aan de start te staan. Eerst maar eens een maandje elke avond die dijk op en straks, als het wat vroeger donker wordt, elke ochtend of avond, een zwembad in. Ach, een Schwarzenegger zal ik wel nooit worden qua figuur en Ferry Weertman hoeft zich over vier jaar in Tokio geen zorgen te maken, maar reken maar dat ik het ga halen. Wél duimen nog dat die City Swim geen tweejaarlijks evenement wordt, want dát zou ik, ook los van mijn persoonlijke aspiraties, reuze jammer vinden.
Gisteren gaf de weegschaal na een snack- en drankloos weekje helaas nog altijd een score aan waar een gemiddeld darter zich niet voor hoeft te schamen, maar tóch…  twee kilo minder dan vorige week rond deze tijd dus moedig voorwaarts.
Gisteren liep mijn toenemend zelfvertrouwen een deukje op. ,,Hé Kees, jij hier?’’ riep een vriendelijke vrouw me toe, terwijl ze me, met een snelheid twee keer zo hoog als de mijne, passeerde ter hoogte van gemaal ’t Vissertje. Ik probeerde nog iets terug te zeggen, maar op het moment dat ik (buten gepiep) iets van een teruggroet-geluid kon produceren was ze alweer bijna uit zicht. Ik herkende haar wel, die vrouw. Ik weet zelfs waar ze woont: in het Polderwiel… alweer een jaartje of vijf. Ik heb intussen wél een nieuw woord bedacht: ik zit nog tussen joggen en sjokken in… ik ben een sjogger.

Advertenties