Jos


buitenslaper

‘Hoeveel maandsalarissen zit jij eigenlijk af van een leven op straat?’ Het is alweer tien jaar geleden dat Jos, een voormalige klasgenoot, mij die vraag stelde. We zaten gebroederlijk naast elkaar een lekkerbekje weg te stouwen op het Vrieseplein en ik ging niet serieus op zijn vraag in omdat ik dacht dat deze retorisch bedoeld was. Die nacht in bed begon ik toch wat te rekenen en de uitkomst van mijn sommetje beviel me eerlijk gezegd totaal niet. Nu hoefde ik me ook weer niet écht zorgen te maken, want zelfs volgens het allerzwartste scenario zou ik het nog wel een paar jaartjes uitzingen, maar ik realiseerde me wél ineens hoe wankel het koord eigenlijk is waarop wij met z’n allen dansen. Jos’ treurige verhaal speelt zich af binnen een tijdsbestek van drie jaar en is in een paar zinnen aan te duiden: goed opgeleid, getrouwd, mooi huis en een vaste betrekking bij een bank, tótdat het noodlot toesloeg… baan kwijt (,,Overtallig’’) huis kwijt (,,Ik kon de hypotheek niet meer opbrengen’’), relatieproblemen (,,Ik werd onaangenaam omdat ik ging zuipen als gevolg van mijn schuldzorgen’’), een pijnlijke echtscheiding (,,Zij vond al snel een ander. Ik niet’’), een noodgedwongen verhuizing naar een flatje op de Staart, nóg meer drank, huurachterstand, huis uit. ,,Tja… en dán sta je op de keien. Ik logeerde aanvankelijk nog bij vrienden en familieleden, maar op een gegeven moment was ik, mede als gevolg van mijn heftige drankgebruik, nergens meer welkom. Na een tijdje op straat geleefd te hebben, belandde ik op een barre winteravond bij het Leger des Heils en daar breng ik tegenwoordig mijn nachten door.’’
Dát was tien jaar geleden. Met Jos gaat het inmiddels weer goed. Hij is nu, zo lees ik op zijn visitekaartje dat hij me gisteren vol trots overhandigde, zelfstandig belastingadviseur en helpt bij schuldsaneringen. ,,Ik weet nu precies hoeveel maandsalarissen mijn klanten af zitten van een leven op straat,’’ grapt hij. Dan zegt hij bloedserieus: ,,Als het aan mij ligt… en geloof me, niemand is gemotiveerder dan ik… zal dát een klant van mij, nooit overkomen.’’

Advertenties