Radio


radio,,Hoe is het met mijn erfstuk?’’ vraag ik, als ik Willem in het café tegenkom. ,,Goed hoor, vanochtend nog naar geluisterd.’’
De oud-politierechercheur, nét 70, woont helemaal alleen in een monumentaal pand in de binnenstad, waarvan de inrichting sinds de jaren vijftig niet meer veranderd is. Toen ik daar voor het eerst binnen kwam, werd ik spontaan verliefd op een blauwgroene bakelieten radio. ,,Wat een prachtding zeg, die zou in een museum niet misstaan. Dat geldt trouwens voor héél je woonkamer. Zo zie je maar, als je lang genoeg niks doet word je vanzelf weer modieus.’’ Willem haalt zijn schouders op en zegt: ,,Modieus ben ik zeker niet hoor, maar waarom zou je spullen wegdoen die nog prima in orde zijn? Ik ben tevreden met mijn spulletjes.’’
Willem’s ouders overleden kort na elkaar in de beginjaren negentig van de vorige eeuw. ,,Gek eigenlijk… ik ben nu ouder dan zij ooit geworden zijn. Tot het laatst heb ik voor ze gezorgd en toen ze er niet meer waren besloot ik om nooit meer uit dat huis weg te gaan. Ik ben er geboren, slaap zelfs in de kamer waar ik ter wereld kwam en op een dag word ik er tussen zes plankjes weggedragen.’’
,,En aan wie ga ja al dat fraais dan nalaten?’’ Terwijl ik de vraag stel, realiseer ik me dat ik nu, zij het onbedoeld, de indruk wek dat ik op zijn erfenis zit te azen, maar Willem, ongetrouwd en kinderloos, begrijpt wat ik bedoel. ,,Mijn vader had vijf broers… allemaal al overleden, maar ze hadden wél veel kinderen, alles bij elkaar, een stuk of vijftien.’’ Dan verzucht hij: ,,Ik zie ze nooit, maar ik heb begrepen dat ze nú al ruzie over mijn huis maken. Zonde van hun tijd, want ze krijgen niks… nog nooit hebben ze belangstelling voor me getoond. Alles gaat naar de kankerbestrijding.’’
Ik kijk quasi beteuterd. ,,Nou ja… behalve misschien die radio dan.’’
,,Hoe is het met je gezondheid?’’ vraag ik vilein. Willem schiet in de lach: ,,Zo fit als een hoentje… ik kan nog jaren mee.’’ Daar proosten we op.

Advertenties