Stom ongeluk


hersenletselZe loopt uitermate langzaam en regelmatig blijft ze even stilstaan, alsof ze zich moet herbezinnen op haar bestemming. Helma is halverwege de veertig, maar heeft de motoriek van iemand die minstens dertig jaar ouder is. Ook het spreken gaat traag, zo bemerk ik als we elkaar tegenkomen voor de deur van de supermarkt. Het is de eerste keer dat we elkaar zien, sinds het ongeluk, waar ik alles van wil weten omdat ik slechts de geruchten ken over een valpartij tijdens de zomervakantie. ,,Het was in Noord-Frankrijk, aan de kust. Gewoon een stom ongeluk. Ik wandelde op een duinrand en bleef met mijn voet ergens achter haken. Kennelijk, maar dat heb ik van horen zeggen, ben ik een meter of zes omlaag gestort en met mijn hoofd op een rotsblok terecht gekomen. Toen ik weken later wakker werd, lag ik in een ziekenhuis in Lille. Ik was kunstmatig onder zeil gehouden om de verwondingen die ik had opgelopen, in alle rust te laten herstellen. Dat is gelukt, want ik leef nog, maar of het ooit nog écht goed komt blijft de vraag.’’
Uit haar praten maak ik op dat Helma ze allemaal nog prima op een rijtje heeft. ,,Weet je… dat is eigenlijk nog het meest vervelend. De mensen lopen langs je heen en denken, daar loopt een nog jonge vrouw, die spreekt alsof ze teveel gezopen heeft. Daar móet wel een steekje aan los zitten. Laats sprak een medewerkster van een apotheek over mijn hoofd heen alsof ik niet besta. ,,Kent mevrouw de bijwerkingen van dit medicijn?’’ vroeg ze aan mijn man, die een meter achter me stond. Die lieverd, zwijgt dan met opzet om mij de kans te geven om zelf antwoord te geven.’’
Bij het afscheid zegt Helma. ,,Of het ooit nog helemaal goed komt, weet ik niet. Er zit nog wel vooruitgang in, maar de marathon van Rotterdam ga ik deze lente echt niet halen.’’
Het was bedoeld als grap, maar ik kon er niet om lachen, omdat ik me zo goed herinner hoe blij ze vorig jaar met haar eindtijd was.

Advertenties